Gemeente Horst aan de Maas. ooijen-Wanssum Hoogwatergeul. Plangebied O3 te Broekhuizenvorst
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xuj-qrdn
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van Combinatie Mooder Maas heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC bv een archeologisch inventariserend veldonderzoek uitgevoerd met behulp van boringen (karterende fase) in het gebied Ooijen-Wanssum Hoogwatergeul, plangebied O3 (Broekstraat-Maasveldweg) nabij het dorp Broekhuizenvorst (IVO-kartering PLUS). Aanleiding voor het onderzoek is de herinrichting van het plangebied, waarbij een hoogwatergeul zal worden aangelegd en weerdverlaging zal worden toegepast. Dit in het kader van de verbetering van de waterhuishouding van de Maas bij (extreem) hoge waterstanden. Op deze wijze wordt getracht om de impact van grote overstromingen zoals in 1993 en 1995 in de toekomst te beperken. Bij de werkzaamheden die zullen worden uitgevoerd tijdens de realisatie van de plannen, kan de bodem (plaatselijk) tot maximaal 6 m beneden huidig maaiveld worden afgegraven. Binnen deze diepte kunnen zich archeologische vindplaatsen bevinden, die als gevolg van de werkzaamheden gevaar lopen vernietigd te worden. Conform de huidige wetgeving dienen dergelijke vindplaatsen voorafgaand aan de werkzaamheden in kaart te zijn gebracht, waarbij tevens een uitspraak gedaan dient te worden over de behoudenswaardigheid van een eventueel aanwezige vindplaats. Om dit te kunnen bewerkstelligen, dient in een aantal fases archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De verkennende fase, waarbij voornamelijk is gekeken naar de potentie van het (begraven) landschap in relatie tot menselijke bewoning, is reeds uitgevoerd. Onderhavig rapport behandelt de resultaten van het karterende onderzoek. Het doel van het karterend booronderzoek PLUS is tweezijdig. Enerzijds dienen eventueel aanwezige vindplaatsen in kaart te worden gebracht (hoofddoel). Anderzijds dient zoveel mogelijk informatie te worden verzameld aangaande het onderliggende landschap zodat vragen over de landschapsgenese, de invloed van de mens op het landschap, de potentie van het landschap voor de mens en dergelijke (deels) beantwoord kunnen worden. Om er zorg voor te dragen dat dit mogelijk is, heeft de provincie Limburg de eisen die de KNA aan een ‘normaal’ karterend booronderzoek stelt, verzwaard. Vandaar de naam ‘karterend booronderzoek PLUS’. Deze eisen staan beschreven in het Programma van Eisen (PvE) dat door de provincie is opgesteld en hebben met name betrekking op een zeer nauwkeurige beschrijving van het sediment en het graven van kijkgaten op strategische locaties. Op basis van het vondstmateriaal dat ter plaatse van het plangebied is aangetroffen, kan worden geconcludeerd dat er aanwijzingen zijn voor bewoning gedurende de periode mesolithicum/neolithicum en de periode ijzertijd/Romeinse tijd. Qua ouderdom van het landschap waarop de vondsten zijn aangetroffen, zouden ook oudere vindplaatsen aanwezig kunnen zijn (laat-paleolithicum en de bronstijd), al zijn hiervoor geen aanwijzingen aangetroffen. Voor vindplaatsen daterend uit het mesolithicum/neolithicum dient rekening gehouden te worden met resten van jachtkampen van jagers-verzamelaars met een strooiing van bewerkt vuursteen en natuursteen. Voor de perioden neolithicum tot en met Romeinse tijd gaat het om sporen en vondsten (aardewerk, vuursteen, bewerkt natuursteen) van meer plaatsvaste nederzettingen.Het archeologisch relevante niveau bevindt zich op een gemiddelde diepte van 70 cm-mv. Dit betekent dat de vindplaats bij ondiepe verstoringen geen gevaar loopt te worden verstoord. BAAC bv hanteert als uitgangspunt dat verstoringen tot 40 cm-mv in dit gebied geen bedreiging zullen vormen voor het bodemarchief, onder de voorwaarde dat een eventuele ontgraving niet verder erodeert. Hiermee wordt een buffer van circa 30 cm gecreëerd, wat afdoende zou moeten zijn om de vindplaats in situ te kunnen behouden. De vindplaats heeft binnen de contouren van het plangebied een oppervlakte van circa 4350 m2.Er wordt derhalve geadviseerd om ter plaatse van de vindplaats geen bodemverstorende activiteiten dieper dan 40 cm-mv uit te voeren. Mocht dit technisch niet haalbaar zijn en verstoringen dieper dan 40 cm niet kunnen worden vermeden, dan wordt geadviseerd vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Conform de huidige standaard is een karterend/waarderend proefsleuvenonderzoek de meest gebruikelijke methode voor vervolgonderzoek in dergelijke situaties. Het doel van een dergelijk onderzoek zal zijn het vaststellen van de exacte aard, omvang, datering, gaafheid en conserveringsgraad van de (eventueel aanwezige) vindplaats(en) op basis waarvan de archeologische waarde van het gebied definitief kan worden vastgesteld. Bovendien wordt met een proefsleuf informatie verkregen over het voorkomen van eventuele grondsporen die met een booronderzoek zelden zullen worden gevonden. Het advies luidt om het proefsleuvenonderzoek ter plaatse van vindplaats te laten uitvoeren in het gebied dat op de vindplaatsenverspreidingskaart met een oranjerode kleur is weergegeven (zie bijlage 6).
受Combinatie Mooder Maas委托,研究咨询机构BAAC bv在布罗伊豪森福斯特(Broekhuizenvorst)村附近的Ooijen-Wanssum洪泛渠区域、O3规划区(Broekstraat-Maasveldweg)内,通过钻探开展了考古勘探野外调查(测绘阶段),对应编号为IVO-kartering PLUS项目。本次调查的缘起为该规划区的改造工程:工程将新建洪泛渠并实施圩堤降低工程,以改善马斯河(Maas)在(极端)高水位时期的水文状况,以此缓解1993年、1995年那样的大型洪水在未来带来的影响。
规划实施期间的作业活动,可将土壤(局部)开挖至距当前地表以下最大6米的深度。该深度范围内可能存在考古遗址,若开展上述作业,这些遗址将面临被损毁的风险。根据现行法规,此类考古遗址需在作业开展前完成测绘,并对遗址的保存价值作出评估。为完成该项工作,需分阶段开展考古调查。其中,以(埋藏)景观与人类居住活动相关性的潜力评估为核心的勘探阶段已完成。本报告即针对测绘阶段的调查结果进行阐述。
PLUS测绘钻探调查的目标兼具双重性:其一,对区域内可能存在的考古遗址进行测绘(核心目标);其二,尽可能收集地下景观的相关信息,以部分解答景观成因、人类活动对景观的影响、景观对人类活动的承载潜力等相关问题。为保障上述目标得以实现,林堡省(Provincie Limburg)提高了荷兰皇家考古学会(KNA)对“常规”测绘钻探调查的要求,本项目因此命名为“PLUS测绘钻探调查”。该要求载于省方制定的《需求方案》(Programma van Eisen, PvE)中,核心内容包括对沉积物的高精度描述,以及在战略点位布设观测孔。
基于规划区内采集的出土遗物,可得出结论:区域内存在中石器时代(Mesolithic)/新石器时代(Neolithic)以及铁器时代(Iron Age)/罗马时期(Roman Period)的人类居住活动遗迹。结合出土遗物所在景观的年代,虽未发现直接证据,但区域内可能存在更古老的遗址(旧石器时代晚期(Late Paleolithic)与青铜时代(Bronze Age))。
针对中石器时代/新石器时代的遗址,需考虑狩猎采集者的狩猎营地遗迹,其遗存多包含加工燧石与天然石材的散落碎屑;而新石器时代至罗马时期的遗存,则多为相对固定的定居点遗迹与出土遗物(陶器、燧石、加工天然石材)。
考古相关层位的平均埋深为地表下70厘米。这意味着,若仅发生浅层扰动,遗址不会受到破坏。BAAC bv设定的基准为:若开挖作业未进一步侵蚀,该区域内深度不超过地表下40厘米的扰动不会对土壤考古档案构成威胁。此举将形成约30厘米的保护缓冲层,足以使遗址得以原位保存。
该遗址在规划区范围内的面积约为4350平方米。因此,建议在遗址所在区域内,不得开展深度超过地表下40厘米的土壤扰动作业。
若该要求在技术上不可行,且无法避免深度超过40厘米的扰动,则建议开展后续调查。根据现行行业标准,测绘/评估性探槽调查是此类场景下后续调查的最常用方法。此类调查的目标为:确定(可能存在的)遗址的具体性质、范围、年代、完整性与保存程度,以此最终确定区域的考古价值。此外,探槽调查还可获取钻探调查难以发现的地下遗迹相关信息。
建议在遗址分布地图中标注为橙红色的区域(详见附件6)内开展遗址所在区域的探槽调查。
创建时间:
2024-01-31



