Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase door middel van boringen Gertrudisstraat – Hoofdstraat te Oirlo (gemeente Venray). AM23475
收藏DataCite Commons2026-02-09 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/7DQEUN
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In februari - maart 2024 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Gertrudisstraat en de Hoofdstraat in Oirlo (gemeente Venray). Aanleiding voor het laten uitvoeren van dit archeologisch onderzoek betreft de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van woningbouw. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering, zal de bodemverstoring tot ten minste 80 centimeter (vorstvrije diepte) beneden maaiveld reiken. De verwachting is dan ook dat bij het uitgraven van de bouwputten, ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw, de bodem tot in het archeologische niveau verstoord zal worden en eventueel aanwezige archeologische waarden daardoor verloren zullen gaan. De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Venray (2011) in drie beleidszones: • In het oosten ligt het plangebied in de zone Categorie 2: Monumenten van zeer hoge waarde en monumenten die betrekking hebben op de historische kernen. Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 250 m2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. • Het zuidwestelijke deel van het plangebied ligt in de zone Categorie 4: Droge en natte gebieden met een hoge verwachting. Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. • De rest van het plangebied ligt in de zone Categorie 3: Overige monumenten en de bufferzone rondom de bekende vindplaatsen (waarnemingen en vondstmeldingen). Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. De hoogste beleidszone is leidend. De gemeente heeft middels deze kaart aangegeven dat er een archeologische onderzoeksplicht geldt. De hooggelegen dekzandwelvingen in de directe nabijheid van waterlopen zullen ideale bewoningslocaties voor jagerverzamelaars zijn geweest. In de wijde omgeving zijn weinig vuursteenvondsten bekend. Om deze redenen wordt een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum tot en met het mesolithicum. De hoger gelegen dekzandwelvingen zullen ook voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. Vindplaatsen uit het neolithicum, bronstijd, ijzertijd en uit de Romeinse tijd bevinden zich in de omgeving dan ook op dezelfde dekzandwelvingen als waar het plangebied op is gesitueerd. Voor het plangebied geldt daarom een hoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Het plangebied ligt aan de Oirloseweg en de Gertrudisstraat, ten westen van de historische kern van Oirlo. Deze weg vormde de verbindingsweg van de historische kern van Oirlo, via het gehucht Geunen Hoek en de Oostrumsche Heide, naar Oostrum. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied sinds tenminste circa 1800 onbebouwd was en in gebruik was als bouwland. De weg die door het zuidwestelijke deel van het plangebied liep is tussen 1970 en 1978 verwijderd. Het plangebied blijft onbebouwd en is als bouwland en als boomgaard in gebruik. Op basis van deze gegevens geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Op basis van het uitgevoerde verkennend veldonderzoek door middel van boringen kan worden gesteld dat de in het bureauonderzoek omschreven verwachte hoge zwarte enkeerdgronden in het centrale en noordoostelijk deel plangebied is een BC-horizont aanwezig zijn. Hierdoor is de kans aanwezig dat binnen het plangebied archeologische resten in de ondergrond kunnen worden aangetroffen. De in het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting (middelhoog voor de periode midden-paleolithicum tot en met het mesolithicum, hoog voor neolithicum tot en met de nieuwe tijd) blijft dan ook gehandhaafd. In het plangebied is een 70 tot 95 centimeter dik plaggendek aangetroffen. Gezien de middelhoge tot hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten vanaf het midden-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd voor het gehele plangebied, bestaat er een gerede kans dat er tijdens de graafwerkzaamheden eventueel aanwezige archeologische resten verstoord zullen worden. Ten tijde van het opstellen van dit rapport is de diepte van de toekomstige bodemverstoring niet bekend. Indien de bodemingrepen dieper dan 40 centimeter onder maaiveld reiken worden een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Hierbij is al rekening gehouden met een bufferzone van 30 centimeter. Dit vervolgonderzoek vindt bij voorkeur plaats in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Hiervoor dient voorafgaand een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld en ter toetsing te worden voorgelegd aan de bevoegde overheid (gemeente Venray). De resultaten van dit onderzoek zijn getoetst door de bevoegde overheid (de gemeente Venray) en stemt in met het advies om een proefsleuvenonderzoek te laten uitvoeren in het plangebied bij graafwerkzaamheden dieper dan 40 centimeter onder maaiveld.1 Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. Echter, kan door de aard van het onderzoek, dat steekproefsgewijs verloopt, niet volledig worden uitgesloten dat er archeologische resten aan- of afwezig zullen zijn. Als gevolg hiervan, is bij het aantreffen van archeologische resten, conform de Erfgoedwet van 2016, artikel 5.10 (Archeologische toevalsvondst) en 5.11 (Waarneming), een meldingsplicht van toepassing. 1 Beoordeling 24158, Kragten-ArchAeO, d.d. 13 mei 2024.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-02-06



