five

Inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek voor het plangebied Eindhoven-Lichthoven fase 2, gemeente Eindhoven

收藏
DataCite Commons2025-11-28 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/NZME9A
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Het plangebied Eindhoven-Lichthoven fase 2 in de gemeente Eindhoven maakt onderdeel uit van de ontwikkeling van het oostelijk deel van Lichthoven (Edge), waarin de bouw van een kantoorgebouw, woongebouw en ondergrondse parkeergarage zijn voorzien. De gemeente heeft het initiatief genomen om, in aanvulling op het reeds uitgevoerde bureauonderzoek, een booronderzoek uit te voeren om de archeologische vraagstellingen te kunnen beantwoorden en de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek te toetsen. VUhbs archeologie (nu ADC Beesd) is daarom verzocht een archeologisch onderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek uit te voeren zodat meer inzicht wordt verkregen in de bodemopbouw en archeologische verwachting van het plangebied, en of aanvullend onderzoek noodzakelijk zal zijn. Dit onderzoek is uitgevoerd aan de hand van een aantal deelvragen, gespecificeerd in sectie 1.2 van dit rapport. Het booronderzoek heeft aangetoond dat de basis van de onderzochte stratigrafie bestaat uit zandige beekafzettingen met een top op 275-390 cm onder maaiveld (13.73-12.66 m NAP). Hierin is geen bodem gevormd; er is meteen sprake van een C-horizont. De zandige beekafzettingen worden afgedekt door een pakket kleiige, lemige en venige beekafzettingen. De kleiige, lemige en venige beekafzettingen hebben een top op 200-275 cm onder maaiveld (14.63-13.58 m NAP), waar ze scherp worden afgesneden door een bovenliggend antropogeen verstoord en opgebracht pakket. De top van de stratigrafie bestaat uit een 80-200 cm dik pakket van relatief schoon ophoogzand.</p><p> Dit onderzoek heeft de lage verwachting op het aantreffen van sporen en resten van bewoning uit de periode Laat-Paleolithicum-Midden-Nieuwe Tijd bevestigd. Het onderzoeksgebied bevindt zich zoals verwacht in een beekdal dat niet aantrekkelijk was voor bewoning. Daarnaast geldt nog wel een verwachting op het aantreffen van geïsoleerde vondsten gerelateerd aan water, bijvoorbeeld in de vorm van deposities en visnetten. Deze zijn niet aangetroffen in het huidige onderzoek, maar een verkennend of karterend booronderzoek is ook geen geschikte methode om dergelijke resten op te sporen. Het niveau waarop deze resten in het onderzoeksgebied kunnen voorkomen bevindt zich op een diepte vanaf 200- 275 cm onder maaiveld (14.63-13.58 m NAP). Daarnaast is in het bureauonderzoek een hoge verwachting gegeven op het aantreffen van resten van bebouwing uit de Late Nieuwe Tijd, specifiek van loodsen bij het oude station uit de periode 1866-1956, evenals op het aantreffen van resten uit de Tweede Wereldoorlog. Dit booronderzoek heeft geen aanwijzingen opgeleverd om deze verwachting aan te passen. Een verkennend of karterend booronderzoek is echter ook geen geschikte methode om de aanof afwezigheid van dergelijke resten goed vast te stellen. Tot slot is in het bureauonderzoek een hoge verwachting gegeven op het aantreffen van één of meer restgeulen van de Dommel. Er lijkt sprake te zijn van (lemige) zandafzettingen in een geul ter plaatse van boring 14.<p><p> Ter plaatse van boring 6 en 8 is ook een andersoortige vulling aanwezig, die mogelijk is ingebracht als demping van de restgeul tijdens de transformatie van het gebied in de 19de eeuw. Voor wat betreft de noodzaak van een archeologisch vervolgonderzoek is er allereerst een afweging te maken met betrekking tot het kader waarbinnen dat onderzoek zou moeten plaatsvinden. De vergunning was ten tijden van de uitvoering van dit archeologisch onderzoek al verleend, waardoor het niet mogelijk was om gravend archeologisch in het kader van de vergunning op te leggen. Mocht de bevoegde overheid van mening zijn dat er toch mogelijkheden (en voldoende aanleidingen) zijn om gravend onderzoek uit te voeren, dan is de meeste efficiënte vorm van een eventueel vervolgonderzoek waarschijnlijk een archeologische begeleiding van de graafwerkzaamheden. Hierbij kan eventueel nog onderscheid worden gemaakt tussen graafwerkzaamheden die beperkt blijven tot het antropogene pakket (en daarmee alleen een bedreiging vormen voor eventuele resten uit de Late Nieuwe Tijd en Tweede Wereldoorlog), en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 14.93 m NAP (en daarmee een bedreiging vormen voor eventuele resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Midden-Nieuwe Tijd). Het is aan de bevoegde overheid, de gemeente Eindhoven, om op basis van dit advies een besluit te nemen ten aanzien van het vervolgtraject.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-24
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务