five

Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek verkennende fase door middel van boringen Mgr. Jenneskensstraat (ong.) te Meerlo (gemeente Horst aan de Maas)

收藏
DataCite Commons2025-11-28 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/X4OMCN
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In december 2023 is door Aeres Milieu een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd aan de Mgr. Jenneskensstraat (ong.) te Meerlo (gemeente Horst aan de Maas). Aanleiding voor het laten uitvoeren van dit bodemonderzoek betreft een bestemmingsplanwijziging. De diepte van de toekomstige bodemverstoring is op dit moment onbekend, maar uitgaande van een standaard funderingsdiepte zonder onderkeldering, zal de bodemverstoring tot ten minste 80 centimeter (vorstvrije diepte) beneden maaiveld reiken. De verwachting is dan ook dat bij het uitgraven van de bouwputten, ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw, de bodem tot in het archeologische niveau verstoord zal worden en eventueel aanwezige archeologische waarden daardoor verloren zullen gaan.</p><p> De zuidelijke helft van de onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Horst aan de Maas in zone Categorie 3 (Hoge archeologische verwachting). Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm beneden maaiveld. De noordelijke helft van het plangebied ligt in zone Categorie 2 (archeologische waarde). Voor deze verwachtingszone geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm beneden maaiveld. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied voor het grootste deel binnen een dalvlakteterras. De noordwestelijke hoek van het plangebied ligt in een restgeul van de Maas. Op het kaartbeeld van het AHN zijn de Maasterrassen als relatief hoog gelegen zones te herkennen. Rondom het plangebied bevinden zich verschillende lage restgeulen. Ten westen van het plangebied is de hoger gelegen zone te herkennen die bestaat uit de dekzandruggen en dekzandwelvingen. </p><p> Het plangebied was tijdens het Allerød onderdeel van de actieve riviervlakte van de Maas. Dit terras viel droog aan het einde van het Allerød. Het plangebied zal in deze periode geen ideale bewoningslocatie zijn voor jager-verzamelaars, sporen van voorgaande perioden zullen zijn geërodeerd door de rivier. Op basis hiervan is de verwachting van vondsten uit het midden- tot laat-paleolithicum A laag. De hooggelegen dalvlakteterrassen dichtbij waterlopen, zullen ideale bewoningslocaties voor jager-verzamelaars zijn geweest. Er zijn in de omgeving geen vuursteenvondsten bekend. Om deze redenen wordt een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het laat-paleolithicum B tot het mesolithicum. Eventueel aanwezige resten uit de periode laat-paleolithicum B en mesolithicum worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit tijdelijke bewoningssporen, haardkuilen, vuursteenstrooiingen.</p><p> Binnen het plangebied worden enkeerdgronden verwacht. Dit humeuze pakket is ontstaan door langdurig landbouwkundig gebruik. De ligging van het plangebied nabij water en vruchtbare gronden zal voor latere landbouwende samenlevingen een aantrekkelijke vestigingsplaats zijn geweest. Echter zijn de vindplaatsen in de wijde omgeving aangetroffen op het hoger gelegen Weichselien terras. Voor het plangebied geldt vanwege de landschappelijke ligging een hoge verwachting voor zowel nederzettingsresten uit de periode neolithicum tot en met de ijzertijd als voor nederzettingsresten uit de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen. Resten worden onder de verwachte eerdlaag of in de oorspronkelijke bodem verwacht en kunnen onder andere bestaan uit cultuurlagen, paalkuilen/-gaten, afvalkuilen, fragmenten aardewerk, natuursteen, of gebruiksvoorwerpen. </p><p> Het plangebied ligt direct ten zuidoosten van de historische bebouwingskern van Meerlo. Uit bestudering van historische kaarten blijkt dat het plangebied onbebouwd is tot de jaren 70 van de vorige eeuw. Tussen 1970 en 1994 wordt het plangebied verder bebouwd. De gebouwen worden vanaf 1999 weer gesloopt. Op basis van de ligging direct bij de historische dorpskern van Meerlo geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor de periode late middeleeuwen en nieuwe tijd. Wat betreft de conservering en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten kan het volgende gesteld worden: Wegens de verwachte aanwezigheid van enkeerdgrond en daarmee een plaggendek zijn archeologische resten beschermd tegen latere invloeden. Over het algemeen kunnen (anorganische) vondsten en sporen onder zo’n dek in goede toestand worden aangetroffen. Mogelijke vuursteenvindplaatsen kunnen echter verstoord zijn geraakt bij de aanleg van het plaggendek en de eerste bewerking ervan. Hierdoor is vaak de top van de natuurlijk bodem opgenomen in het bovenliggende opgebrachte dek. Wat betreft eventueel aanwezige organische resten is het afhankelijk hoe diep het grondwater zit. Bij hoge bruine enkeerdgronden zijn de omstandigheden voor het aantreffen van organische resten minder goed: door de lage grondwaterstand (GWT VII) kunnen organische resten vaak enkel in dieper, waterhoudende sporen zoals waterputten bewaard blijven. </p><p> Op basis van het uitgevoerd verkennend veldonderzoek middels boringen kan worden gesteld dat de in het bureauonderzoek omschreven verwachte bruine enkeerdgronden in het plangebied niet meer aanwezig zijn. De bodemopbouw binnen het plangebied bestaat uit een AC-profiel. Er zijn geen sporen aangetroffen van een oorspronkelijke podzolbodem. De humeuze bovengrond onderbroken door zwak siltige zandlagen. Mogelijk zijn deze ontstaan door eerdere graafwerkzaamheden bij de bouw en sloop van de voormalige bebouwing. Op basis van deze gegevens is de archeologische verwachting voor het aantreffen van archeologische resten voor de perioden (midden- en laat-paleolithicum – mesolithicum) bijgesteld naar laag. Voor de daaropvolgende periode van meer sedentaire bewoningsvormen met robuustere sporen kan worden gesteld dat deze naar verwachting nog aangetroffen kunnen worden en blijft de hoge verwachting voor de periode neolithicum – nieuwe tijd gehandhaafd.</p><p> Op basis hiervan wordt voor het plangebied een vervolgonderzoek geadviseerd.</p><p> De resultaten van dit onderzoek dienen getoetst te worden door de bevoegde overheid (gemeente Horst aan de Maas), die op basis van het uitgebrachte advies een besluit zal nemen. Wij willen de opdrachtgever erop wijzen dat dit selectieadvies nog niet betekent dat er al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. Het uitgevoerde onderzoek is verricht conform de gestelde eisen en gebruikelijke methoden. Het onderzoek is gericht op het inzichtelijk maken van de toestand van het bodemarchief. Hiermee kan de beschadiging, dan wel vernietiging, als gevolg van de voorgenomen verstoring van een mogelijk aanwezig bodemarchief tot een minimum worden beperkt. </p><p> Dit rapport is in december 2023 verstuurd naar de opdrachtgever om het ter goedkeuring voor te leggen aan de bevoegde overheid (gemeente Horst aan de Maas). Hier is nooit een reactie op ontvangen. Aangezien de tweejaarstermijn is verstreken, is besloten om dit rapport in Archis te uploaden zonder het selectiebesluit toe te voegen.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-11-25
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务