five

(51034218) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Breekwagen 7 te Bergharen

收藏
DataCite Commons2026-01-19 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/YOIXIG
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft met name het noordelijke/centrale deel van het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Laat Paleolithicum t/m Late Middeleeuwen. Het plangebied heeft namelijk een ligging op een rivierduin, met de verwachting dat binnen het overgrote deel van het plangebied rivierduinzand doorloopt tot (bijna) aan het maaiveld en in de zuidelijke strook van het plangebied de top van het rivierduinzand aanwezig is tussen 1,0 en 2,0 m -mv, met hierboven een pakket overstromingsklei en vooral oever- tot komachtige afzettingen die gesedimenteerd zullen zijn tijdens de actieve fase van de meandergordel/stroomgordel van het Wijchens Maasje. De begrenzing van de stroomgordel van het Wijchens Maasje bevindt zich circa 300 meter ten zuiden van het plangebied. Deze stroomgordel was actief vanaf circa 3500 tot 1250 voor Chr. (Midden Neolithicum t/m Midden Bronstijd). Het rivierduin, en daarmee vooral het noordelijke/centrale deel van het plangebied, vormde voor jagers-verzamelaars al een geschikte locatie als tijdelijke nederzettingslocatie. Ook vanaf het Neolithicum behield vooral het noordelijke/centrale deel van het plangebied zijn gunstige ligging voor permanente bewoning door landbouwers. Tijdens de bodemkartering van 1948 en door amateurarcheologen zijn tijdens de uitvoering van oppervlaktekartering in de jaren ’80 en ’90 van de 20e eeuw met name aardewerkfragmenten de IJzertijd en de Romeinse tijd zijn aangetroffen, naast ook enkele restanten van crematieresten en urnen. Reeds uitgevoerd archeologisch gravend onderzoek uitgevoerd binnen het onderzoeksgebied, wijst er ook op dat nederzettingscomplexen op de hogere delen van de rivierduinen/het rivierduinenland-schap worden verwacht. Het rivierduinenlandschap, waar het plangebied zich op bevindt, vormde een gebied dat aantrekkelijk was voor het ontplooien van menselijke bewoningsactiviteiten vanaf in ieder geval de Late Prehistorie. (De voorloper van) het erf aan de Breek-wagen 7 is aangegeven als zijnde een historische nederzettingslocatie van een woning of boerderij, Voor de perioden Nieuwe tijd is de verwachting hoog voor de noordwesthoek/het noordwestelijke deel van het plangebied. Beschikbaar gedetailleerd historisch kaartmateriaal (kadastrale Minuut van 1832) laat zien dat het historisch (boeren)erf heeft bestaan vanaf in ieder geval de eerste helft van de 19e eeuw, maar goed mogelijk nog ouder is. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) laten een sterk gevarieerde bodemopbouw zien binnen het plangebied. Boringen binnen het agrarische erf laten een pakket van opgebrachte op geroerde/vergraven/verstoorde lagen grond zien tot een diepte van tot minimaal 110 en maximaal 185 cm -mv (tot minimaal 6,0 en maximaal 5,35 m NAP). Ontstaan hiervan oogt als zijnde veroorzaakt door bouwwerkzaamheden die voornamelijk in de tweede helft van de 20e eeuw zijn uitgevoerd en de huidige inrichting van het agrarische erf. De onverstoorde bodem betreft rivierduinzand tot een diepte van circa 235/270 cm -mv (4,85/4,4 m NAP), gevolgd door een Laatglaciale Wijchen Laag en hieronder vlechtende rivierterrasafzettingen die waarschijnlijk tot het Laatpleniglaciale terras kunnen worden gerekend.   In het centraal-noordelijke en noordoostelijke deel van het plangebied komen, ten opzichte van het huidige maaiveld, rivierduinzanden op geringe diepte voor. Tevens is hier de top van het pakket rivierduin alleen door agrarische bewerking/ploegwerkzaamheden verstoord en is een zogenaamde gebroken grond ontstaan. Van de oorspronkelijke vorstvaaggrond/bruine bosgrond is nog een restant van een verwerings-/verbruinings-Bw-horizont en/of direct de overgangs-BC-horizont aanwezig. Rivierduinzand is aanwezig tot circa 175 cm -mv (tot circa 4,85 m NAP, op een vergelijkbaar niveau als bij de boringen gezet binnen het agrarisch erf), gevolgd door een Laatglaciale Wijchen Laag op vlechtende rivierterrasafzettingen. Ter plaatse van het centraal-oostelijke en zuidelijke deel van het plangebied bevinden rivier-duinzanden zich op een dieper niveau, zowel ten opzichte van het huidige maaiveld als NAP-hoogte (1 tot 1,5 meter lager in vergelijking met het centraal-noordelijke en noordoostelijke deel van het plangebied), en daarmee binnen de lagere delen/lager gelegen flank van het rivierduin. Hierboven ligt een dikker pakket Midden-Holocene overstromingsklei en voornamelijk oever- tot komachtige afzettingen betreffen die gesedimenteerd zullen zijn tijdens de actieve fase van de stroomgordel van het Wijchens Maasje. Ook lijkt hier grond/zand te zijn aangevoerd/opgebracht ter verbetering van het agrarisch gebruik als akkerland (geraadpleegd historisch kaartmateriaal laat zien dat het merendeel van het plangebied tot in de eerste helft van de 20e eeuw een gebruik kende als akkerland). Ontwikkelde (afgedekte) bodems zijn niet waargenomen ter plaatse van boringen gezet in het centraal-oostelijke en zuidelijke deel van het plangebied, niet in het kleipakket en ook niet in de top van het pakket rivierduinzand. Dit duidt erop dat binnen het paleo-rivierduinenlandschap het centraal-oostelijke en zuidelijke deel van het plangebied een landschappelijk lagere positie innam en waar sedimentatie van een dik pakket overstromingsklei en oever- tot komachtige afzettingen van het Wijchens Maasje en mogelijk Midden-Holocene overstromingsklei kon plaatsvinden. Een afwijkende bodemopbouw is aangetroffen bij een boring gezet aan de achterzijde/vrijwel direct langs de zuidzijde van de meest zuidoostelijk gelegen schuur binnen het huidige agrarische erf. Hier is tot in ieder geval meer dan 3 m -mv zandige klei op matig tot sterk siltige klei aanwezig. Deze boring is waarschijnlijk gezet binnen een smalle restgeul van het Laatpleniglaciale terras, welke is opgevuld met een dikkere Laag van Wijchen en waarschijnlijk ook een pakket Midden-Holocene overstromingsklei, binnen een (naar verwachting) klein terreindeel waar geen rivierduinzand voorkomt. Ondanks de verkennende fase van het booronderzoek zijn bij de boringen 1 en 2, gezet in de noordwesthoek en het centraal-noordelijke deel van het plangebied, een fragment van een oortje roodbakkend aardewerk met een datering 14e/15e eeuw en een fragment steengoed met een datering 15e t/m eerste helft 16e eeuw aangetroffen. Deze vondsten zijn gedaan in het pakket dat oogt als opgebrachte grond t.b.v. de huidige inrichting van het erf en in de agrarisch bewerkte bouwvoor/gebroken grond. Vanuit het bureauonderzoek is wel bekend dat het erf aan de Breekwagen 7 is aangegeven als zijnde een historische nederzettingslocatie van een woning of boerderij (op basis van de kadastrale Minuut van 1832). Dit historisch (boeren)erf was aanwezig in de noordwesthoek van het plangebied, ter hoogte/nagenoeg ter plaatse van de huidige woning. De mogelijkheid bestaat is dat de aangetroffen vondsten afvalresten betreft afkomstig van het historisch erf, met een mogelijke ontstaansperiode in de periode 14e/15e eeuw. De aanwezigheid van intacte ondergrondse (steenbouw)restanten van een historisch (boeren)erf (denk aan muurwerk/funderingen) in de noordwesthoek van het plangebied kan dan ook niet worden uitgesloten. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het centraal-noordelijke en noordoostelijke deel van het plangebied op een relatief hoger gelegen deel van een rivierduin ligt en waar rivierduinzand vrijwel direct aan het maaiveld voorkomt. Tevens is hier sprake van een deels intacte oorspronkelijke bodemopbouw onder de agrarisch bewerkte bovengrond/gebroken grond en is het archeologisch potentiële sporenniveau nog deels intact aanwezig. Archeologische sporen, indien aanwezig, zullen meest zichtbaar zijn onderin de 1Bws-/1BC-horizont en op de overgang naar 1C-horizont, op een diepte van circa 65/110 cm -mv (circa 6,1/6,0 m NAP). Het archeologisch potentiële vondstniveau zal al wel zijn verstoord door agrarisch bewerking/ploegwerkzaamheden waardoor een zogenaamde gebroken grond is ontstaan. Het centraal-noordelijke en noordoostelijke deel van het plangebied behoudt dan ook zijn hoge verwachting op het voorkomen van nederzettingssporen uit de perioden Laat Neolithicum t/m Middeleeuwen (zie kaart 19). De hoge verwachting voor restanten van steentijdbewoning (perioden Laat Paleolithicum t/m Midden Neolithicum) kan wel worden bijgesteld naar een lage verwachting. De noordwesthoek van het plangebied behoudt zijn hoge verwachting op resten/structuren van een Nieuwe tijd voorloper van het erf aan de Breekwagen 7 (zie kaart 19), ondanks bodemverstorende ingrepen/vergravingen die hebben plaatsgevonden ten behoeve van de huidige inrichting van het agrarisch erf. Aangetroffen vondstmateriaal duidt op een mogelijke ontstaansperiode in de periode 14e/15e eeuw. Er moet vooral gedacht worden aan mogelijk nog aanwezige intacte ondergrondse (steenbouw)restanten (denk aan muur-werk/funderingen) die tot op een dieper niveau kunnen doorlopen. Voor het overige deel van het plangebied kan de hoge verwachting voor de perioden vanaf het Laat Paleolithicum worden bijgesteld naar een lage verwachting, op basis van waargenomen moderne bodemverstoringen dan wel een aangetroffen bodemopbouw die wijst op in het verleden minder gunstige, zo niet ongunstige condities voor het ontplooien van bewoningsactiviteiten (nattere terreindelen en waar verder geen goed ontwikkelde bodemprofielen zijn aangetroffen, niet in de top van het pakket rivierduinzand dan wel het afdekkende kleipakket). De nieuwbouw van een vrijstaande woning en een bijgebouw is gepositioneerd binnen het deel van het plangebied waarvoor de verwachting is afgeschaald. Advies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Sweco de aanbeveling gedaan om ten aanzien van de geplande nieuwbouw van een woning met een bijgebouw geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Deze nieuwbouw is gesitueerd binnen het deel van het plangebied waarvoor een bijgestelde lage archeologische verwachting geldt. Verder is het advies om ondergrondse delen van de bestaande schuren ordentelijk te slopen. Dit is mogelijk door rechtstandig funderingen/muurwerk/kelders te verwijderen. Indien er in de toekomst ontwikkelingen/bouwwerkzaamheden gaan plaatsvinden in het noordwestelijke, centraal-noordelijke tot noordoostelijke deel van het plangebied, is het advies om eerst aanvullend archeologisch onderzoek te laten uitvoeren (zie kaart 19). Dit kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid (gemeente Wijchen) goedgekeurd Programma van Eisen (PvE) te zijn opgesteld, waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. Bovenstaand advies is van Sweco. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van onderhavig onderzoek dienen te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Wijchen). De bevoegde overheid neemt vervolgens een besluit. Als het centrale tot zuidelijke deel van het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Wijchen wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen, moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Wijchen op de hoogte te stellen. De Omgevingswet regelt dat in het geval van archeologische toevalsvondsten van algemeen belang, niet alleen de minister van OCW, maar ook de gemeente bevoegd is om bodemverstorende werkzaamheden stil te leggen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-01-19
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务