Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Westvlietweg 7 te Den Haag, gemeente ‘s-Gravenhage
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zqh-5q6w
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van SGS Search Ingenieursbureau b.v. een archeologisch bureauonderzoek voor de herontwikkeling van het bedrijfsterrein aan de Westvlietweg 7 te Den Haag, gemeente ‘s-Gravenhage uitgevoerd. De exacte planvorming voor de locatie bevindt zich nog in de ontwikkelingsfase. Wel is bekend dat de huidige bebouwing wordt afgebroken.Niet voor het gehele plangebied geldt een archeologische verwachting. Het zuidelijke deel kent geen archeologische verwachting. Het noordelijk deel kent wel een verwachting en wordt hierna als onderzoeksgebied aangeduid. Het plangebied is ca 82.401 m² in omvang en het onderzoeksgebied heeft een oppervlakte 25.772 m². De exacte bodemingrepen zijn nog niet bekend, maar zullen minimaal tot een diepte van 0,8 m-mv uitgevoerd worden (vorstvrij funderen). In de beheersverordening Vlietzone (2011) staat het noordelijk deel van het plangebied gekarteerd als een zone met een archeologische waarde-2. Ter plaatse van zulke aangewezen zones is archeologische onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen die dieper reiken dan 50 cm-mv en bij plangebieden groter dan 50 m².Conclusie Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek bestaat de ondergrond in het overgrote deel van het onderzoeksgebied vermoedelijk uit een strandvlakte (Laag van Rijswijk), afgedekt door midden grof en grof zand van het Laagpakket van Wormer en/of Hollandveen. In het noordelijk deel van het onderzoeksgebied is een ondiepe geul van de Gantel gekarteerd.Door het ontbreken van een zandopduiking binnen het plangebied geldt een lage archeologische verwachting voor archeologische waarden uit het Neolithicum tot en met de IJzertijd. Door de aanwezigheid van een geul van de Gantel geldt een hoge archeologische verwachting voor archeologische waarden uit de Romeinse tijd. Het is bekend dat Romeinse nederzettingen zich langs de geulen van de Gantel bevonden. Daarnaast is het mogelijk dat de geul in gebruik is genomen als onderdeel van het Kanaal van Corbulo, waarvan restanten in de buurt van het plangebied zijn teruggevonden. Op de oudst geraadpleegde kaart van Kruikius uit 1712 is het plangebied reeds ontgonnen. Binnen het plangebied stond geen bebouwing weergegeven. Deze situatie blijft onveranderd tot de eerste helft van de 20e eeuw, wanneer er voor het eerst bebouwing binnen het plangebied waarneembaar is. Voor de Middeleeuwen en de Nieuwe tijd geldt dan ook een lage archeologische verwachting. Vanaf de eerste bebouwing zijn meerdere bouwwerken gerealiseerd en gesloopt alvorens de huidige situatie ontstond. Binnen het plangebied heeft dan ook zeker bodemverstoring plaatsgevonden. Het is echter nog niet bekend tot hoe diep de verstoring reikt en of er nog archeologische waarden intact in de bodem te verwachten zijn.Om de mate van intactheid van de bodem en de bodemsamenstelling te controleren zijn verspreid over de onderzoekslocatie 25 verkennende grondboringen gezet tot een maximale boordiepte van 360 cm-mv (-3,93 m t.o.v. NAP). De bodemopbouw bestaat uit een subrecente ophoging onder een betonverharding of verharding met straatklinkers en een puinverharding. De dikte van dit pakket varieert van 115 cm-mv (-1,97 m t.o.v. NAP) in boring 24 tot 330 cm-mv in boring 22 (- 3,38 m t.o.v. NAP; zie Tabel 3 en bijlage 5). Daaronder is via een scherpe laagovergang sprake van een natuurlijke bodemopbouw met dekafzettingen, geulafzettingen en restgeulafzettingen van het Gantelsysteem (Laagpakket van Walcheren) op Hollandveen (Formatie van Nieuwkoop). In boring 4, 21, 24 en 25 bestaat de basis van het bodemprofiel uit grijs fijn tot matig fijn goed gesorteerd iets siltig zand (160-200 µm) met fijn schelpgruis (duinafzettingen). De aanwezige (rest)geulafzettingen van het Gantelsysteem worden in een groot aantal boringen afgedekt door een laag blauwgrijze stugge matig gerijpte klei, soms met wat plantenresten, die als dekafzettingen van het Gantelsysteem (Laagpakket van Walcheren) zijn geïnterpreteerd. De dekafzettingen van de Gantel Laag bestaan overwegend uit zware klei en zijn over een groot deel van de Regio Haaglanden en het Westland verspreid. In boring 4 is op een diepte van 280 cm -mv (-2,81 m t.o.v. NAP) tot 305 cm-mv (-3,06 m t.o.v. NAP) een laagje bruin veraard veen met veel blonde zandkorrels aangetroffen als gevolg van ingestoven duinzand. Voor de sequentie en de datering van de genoemde lagen wordt verwezen naar afbeelding 13. De verdeling van de aangetroffen bodemtypen over het plangebied is weergegeven in tabel 4.Selectieadvies Op grond van de onderzoeksresultaten van het verkennend booronderzoek zien wij vooralsnog niet voldoende aanleiding voor een vervolgonderzoek. De bodem is in het grootste deel van het plangebied diep verstoord door subrecente bodemingrepen, variërend van 125 cm-mv / -, 2,20 m NAP bij boring 25 tot 270 cm-mv / - 2,81 m NAP in boring 15. Onder de subrecente betonverharding, puinverharding en geroerde lagen en in een aantal boringen nog een oorspronkelijke bouwvoor uit de Nieuwe Tijd is weliswaar sprake van een intacte bodemopbouw met in theorie kansrijke geulafzettingen van de Gantel, maar deze zijn in de praktijk weinig ontwikkeld en te slap voor permanente bewoning. Er zijn geen sporen aanwezig van bodemvorming als gevolg van menselijk handelen in het verleden, bijvoorbeeld als gevolg van beakkering of in de vorm van een duidelijke cultuurlaag of ‘vuile laag’ met archeologische indicatoren zoals scherven aardewerk, houtskool of fosfaten. Hierbij dient opgemerkt te worden dat verkennende boringen niet primair bedoeld zijn om archeologische vindplaatsen op te sporen. Ook zijn er geen aanwijzingen aangetroffen voor een gegraven of gekanaliseerde waterloop (het Kanaal van Corbulo).Een uitzondering vormen de voor bewoning ‘kansrijke’ duintjes die aangetroffen zijn in boring 4, 21, 24 en 25 in het plangebied. Hierdoor kan de hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode van het Neolithicum tot en met de IJzertijd in principe gehandhaafd blijven, ook al waren er in de omgeving hogere duinkoppen aanwezig die gunstigere vestigingsmogelijkheden boden voor menselijke bewoning in het verleden (o.a. het duin achter Westvlietweg 28). Wij adviseren dan ook om ter hoogte van deze boorpunten geen bodemingrepen te laten plaatsvinden dieper dan 250 cm-mv, om de in de ondergrond aanwezige duinafzettingen (zandopduikingen) niet te verstoren.In boring 24 is op een diepte van 170 cm-mv tot 195 cm-mv en in boring 15 tussen 195 cm-mv en 205 cm-mv weliswaar een laagje veraard veen aangetroffen, waarvoor in principe een hoge verwachting geldt op vindplaatsen uit de IJzertijd. In boring 24 wordt dit dunne laagje echter afgedekt door slappe geulafzettingen van de Gantel en is dit laagje alleen zeer plaatselijk in deze boring aangetroffen. In boring 15 wordt het aanwezige veraarde veenlaagje afgedekt door een pakket subrecent opgebracht oliehoudend zand. Daarmee kan de hoge verwachting op bewoningssporen uit de IJzertijd voor deze afzettingen bijgesteld worden naar laag.Voorbehoud De resultaten en aanbevelingen uit het bureauonderzoek zijn op 4 juni 2020 getoetst door het bevoegd gezag (Archeologie Den Haag). De opmerkingen zijn in deze aangepaste definitieve versie van het bureauonderzoek verwerkt. De resultaten van het veldonderzoek zijn op 18 augustus 2020 getoetst door Archeologie Den Haag. De opmerkingen en aanvullingen zijn verwerkt in deze definitieve rapportage (versie 3.1).Wij wijzen erop dat het besluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en bij de afdeling Archeologie van gemeente Den Haag (archeologie@denhaag.nl ).
受SGS Search Ingenieursbureau b.v.委托,Hamaland Advies针对荷兰海牙市(‘s-Gravenhage)Westvlietweg 7号企业用地的再开发项目,开展了室内考古研究。该场地的具体规划仍处于开发阶段,已知现有建筑将被拆除。并非整个规划区域均存在考古价值预期:南部区域无考古预期,北部区域存在考古价值预期,下文将其划定为研究区域。规划区域总面积约82401平方米,研究区域面积为25772平方米。具体土方开挖深度尚未确定,但最低开挖深度将达到0.8米(mv,即地面以下深度,meters below ground level,简称mv)。根据2011年发布的《弗利特区域管理条例》(Vlietzone),规划区域北部被划定为考古价值2级区域。针对此类划定区域,当土方开挖深度超过0.5米(mv)且规划区域面积大于50平方米时,需开展考古调查。
### 结论
基于本次室内研究结果,研究区域绝大多数区域的地下土层推测为赖斯韦克层(Laag van Rijswijk)形成的海滩平原,被沃尔默尔层组(Laagpakket van Wormer)和/或荷兰泥炭层(Hollandveen)的中粗砂覆盖。研究区域北部存在甘特尔河(Gantel)的浅沟沉积。由于规划区域内未发现砂丘隆起,新石器时代至铁器时代的考古遗存的考古预期等级较低。但因甘特尔河沟谷的存在,罗马时期的考古遗存具有较高的考古预期。已知罗马时期的定居点分布于甘特尔河沟谷沿线,此外该沟谷还可能曾作为科尔布罗运河(Kanaal van Corbulo)的一部分,该运河的遗迹已在规划区域周边被发现。
根据1712年克鲁基乌斯(Kruikius)绘制的最早可查地图,规划区域彼时已被开垦,但地图未标注该区域内有建筑。这一状况持续至20世纪上半叶,该区域内首次出现建筑。因此,中世纪至近代的考古遗存预期等级较低。自首次建筑出现以来,该区域内先后有多座建筑被建造并拆除,最终形成当前场地现状,因此区域内确实发生过土壤扰动。但目前尚不明确扰动深度,以及地下是否仍存有未受扰动的考古遗存。
为检测土壤完整性与土层组成,研究区域内共布设25个勘探钻孔,最大钻进深度为360厘米(mv,对应荷兰阿姆斯特丹基准面(Nederlands Amsterdams Peil,简称NAP)下3.93米)。土层结构包括混凝土铺装或路砖铺装层下的亚近代堆积,以及碎石铺装层。该堆积层厚度介于115厘米(mv,对应NAP基准面下1.97米,钻孔24)至330厘米(mv,对应NAP基准面下3.38米,钻孔22,详见表3及附录5)之间。其下通过清晰的层理分界,自然土层结构包括盖层沉积、沟谷沉积及甘特尔水系(沃尔赫伦层组,Laagpakket van Walcheren)的残留沟谷沉积,覆盖于尼乌科普组(Formatie van Nieuwkoop)的荷兰泥炭层之上。
钻孔4、21、24及25的地层基底为灰色细至中细砂,分选良好,略带粉砂质(粒径160-200μm),含细贝壳碎屑(沙丘沉积)。甘特尔水系的(残留)沟谷沉积在多数钻孔中被一层蓝灰色致密、中度成熟的黏土覆盖,偶含植物残体,该层被解释为甘特尔水系(沃尔赫伦层组)的盖层沉积。甘特尔层的盖层沉积以重黏土为主,广泛分布于海牙地区(Haaglanden)及西兰德(Westland)区域。在钻孔4中,深度280厘米(mv,对应NAP基准面下2.81米)至305厘米(mv,对应NAP基准面下3.06米)处,发现一层含大量黄色砂粒的棕色腐熟泥炭,系风积沙丘砂侵入所致。关于上述地层的层序与年代,详见图13。规划区域内各土层类型的分布情况详见表4。
### 勘探建议
基于本次勘探钻孔的研究结果,目前尚无足够依据开展后续考古调查。规划区域绝大多数区域的土层已被亚近代土方工程深度扰动,扰动深度介于125厘米(mv,对应NAP基准面下2.20米,钻孔25)至270厘米(mv,对应NAP基准面下2.81米,钻孔15)之间。在亚近代混凝土铺装、碎石铺装及扰动土层之下,部分钻孔中可见近代的原生地面,理论上存在甘特尔河沟谷沉积的可能性,但实际该类沉积发育程度较低,且过于松软,无法支撑永久性居住。未发现过去人类活动导致的土壤形成迹象,例如耕作痕迹、清晰的文化层或含考古指标(如陶片、木炭或磷酸盐)的“脏土层”。需说明的是,勘探钻孔并非专为发现考古遗存而设计。此外,未发现人工开挖水道(即科尔布罗运河)的迹象。
唯一的例外是钻孔4、21、24及25中发现的、对居住而言“具有潜力”的沙丘高地。因此,新石器时代至铁器时代的考古遗存高预期等级原则上仍可保留——尽管周边存在更高的沙丘丘顶,曾为古代人类定居提供更优条件(例如Westvlietweg 28号后方的沙丘)。据此,我们建议上述钻孔点位周边不得开展深度超过250厘米(mv)的土方作业,以免破坏地下的沙丘沉积(砂丘隆起)。
在钻孔24的170厘米(mv)至195厘米(mv)深度处,以及钻孔15的195厘米(mv)至205厘米(mv)深度处,均发现了腐熟泥炭层,理论上该层存在铁器时代遗存的高预期。但钻孔24中的该薄层被松软的甘特尔河沟谷沉积覆盖,且仅在该钻孔的极小范围内存在。钻孔15中的腐熟泥炭层被亚近代堆积的含油砂层覆盖。因此,上述沉积层的铁器时代居住遗存高预期等级应调整为低等级。
### 保留条款
本次室内研究的结果与建议已于2020年6月4日经主管部门(海牙考古局,Archeologie Den Haag)审核,相关意见已纳入本次最终修订版室内研究报告。野外调查结果已于2020年8月18日经海牙考古局审核,相关意见及补充内容已纳入本最终报告(版本3.1)。需说明的是,主管部门的决策可能与Hamaland Advies的勘探建议存在差异。本次研究严格遵循行业通用的认知与方法开展,考古调查的目的在于降低规划区域内建筑施工中发现或破坏考古遗存的风险。
此外,在申请环境许可时,需始终明确告知法定申报义务(《遗产法》第5.10条与第5.11条),以确保对偶然发现的文物进行记录:"Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister". 该申报需提交至位于阿默斯福特的荷兰国家文化遗产局(Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed),以及海牙市考古部门(邮箱:archeologie@denhaag.nl)。
创建时间:
2024-01-31



