five

Bureauonderzoek. Waterstofnetwerk Noordzeekanaalgebied, deelgebied III (gemeenten Haarlemmermeer en Amsterdam)

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/AHCDWK
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hynetwork Services B.V. (hierna HNS) – een dochteronderneming van de N.V. Nederlandse Gasunie (hierna Gasunie) – heeft het voornemen een ondergrondse leidingnetwerk met bijbehorende (bovengrondse) voorzieningen voor het transport van waterstof te ontwikkelen in het Noordzeekanaalgebied (hierna NZKG): het project Waterstofnetwerk Noordzeekanaalgebied. Dit hogedruk waterstofleidingnetwerk wordt onderdeel van een landelijk waterstofnetwerk. Om de ontwikkeling van Waterstofnetwerk NZKG mogelijk te maken wordt onder andere een milieueffectrapportage (hierna m.e.r.) uitgevoerd. Voor het project Waterstofnetwerk NZKG zal ook een Projectbesluit (voorheen: Rijksinpassingsplan) worden opgesteld. De betrokken gemeenten/bevoegde overheden zullen de archeologische bureauonderzoeken en inventariserend veldonderzoeken beoordelen zodat vastgesteld kan worden dat het Projectbesluit uitvoerbaar is qua archeologie. Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. "Archeologische (verwachtings)waarden" is een van de te onderzoeken aspecten in het m.e.r. dat voor de aanleg van het Waterstofnetwerk NZKG wordt opgesteld. Dit archeologisch onderzoek dient als onderbouwing van dit aspect. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2). Onderhavig bureauonderzoek behandelt deelgebied III, gelegen in de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer. Hiervoor geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeentes Amsterdam en Haarlemmermeer. Gemeente Amsterdam Enkel ter hoogte van de Spaarndammerdijk en de voormalige eiland Ruigoord geldt een hoge verwachting op bewoningsresten uit de nieuwe tijd en mogelijk vanaf de late middeleeuwen. De overige delen hebben enkel een verwachting op landgebruik. De delen gelegen in het voormalige IJ hebben een lage verwachting. Hier kunnen enkel verspoelde vondsten en/of scheepsresten met een lage trefkans verwacht worden. Advies Delen van het tracé die uitgevoerd worden door middel van sleufloze kruisingen, kunnen worden vrijgegeven aangezien de verwachte verstoring door een gestuurde boring beperkt is. Wat betreft de diepte van de boringen wordt hierbij geadviseerd om deze boven 14 m -NAP of dieper dan 25 m -NAP aan te leggen. Voor de in- en uittredepunten van de gestuurde boringen en de delen van het tracé in open ontgraving geldt: - Tracédelen die op korte afstand van bestaande kabels en leidingen aangelegd worden, kunnen eveneens vrijgegeven worden. - In tracédelen met lage verwachting, waarin grondroerende activiteiten, met een totale oppervlakte groter dan 10.000 m² plaatsvinden, dient vanuit beleid van de gemeente Amsterdam toch booronderzoek uitgevoerd te worden. - Omdat er een hoge kans is op het aantreffen van archeologische resten ter hoogte van de Spaarndammerdijk en Ruigoord, adviseert Antea Group om op deze locaties een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uit te voeren op de locaties waar graafwerkzaamheden dieper dan 50 cm -mv. gepland zijn. De methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare - is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: 1) de aard van bodemopbouw en 2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen. Indien uit het archeologisch booronderzoek blijkt dat de niveaus niet intact zijn dan kan vrijgave voor het tracé volgen. Mocht blijken dat dit niet met zekerheid kan worden vastgesteld, dan kan een vervolgonderzoek noodzakelijk zijn op die locaties waar deze niveaus bereikt worden. In overleg met de opdrachtgever kan dan worden gekeken naar de meest praktische vorm van vervolgonderzoek, zijnde proefsleuven of een archeologische begeleiding van de uit te voeren graafwerkzaamheden. Het voornoemde is een advies; het hierop nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeente Amsterdam. Het voorliggende rapport en het daarin opgenomen advies is d.d. 15 mei 2023 akkoord bevonden door de gemeente Amsterdam. Gemeente Haarlemmermeer Het pleistocene oppervlak ligt ter hoogte van het tracé op minstens 15 m -mv. Resten uit de paleolithicum en mesolithicum worden tijdens de geplande werkzaamheden niet geraakt. Tijdens het neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen was het plangebied vermoedelijk te nat. Een deel van het plangebied lag bovendien in het (Oer-)IJ/ Houtrak. Dit deel heeft een lage verwachting. Maar in de omgeving van het plangebied zijn hogere plekken herkend, zoals een strandwal en terpen, die bewoonbaar waren in die periode. De rest van het gebied kan toen wel gebruikt zijn voor jacht of andere activiteiten. Een deel van het plangebied lag bovendien in het (Oer-)IJ/ Houtrak. Dit deel heeft een lage verwachting. Vanaf de late middeleeuwen vond ontginning van het veen plaats. Mogelijk heeft ook turfwinning plaatsgevonden. Ook kruist het tracé een oud dijktracé waarvan ten noorden van het tracé reeds resten aangetroffen zijn (Zaakid. 4572720100). Ter hoogte van het vermelde stoomgemaal kunnen resten van dit stoomgemaal, een verdwenen molen, die voor 1830 gebouwd is , en huisplaatsen uit de middeleeuwen worden aangetroffen. Advies Delen van het tracé die uitgevoerd worden door middel van sleufloze kruisingen, kunnen worden vrijgegeven aangezien de verwachte verstoring door een gestuurde boring beperkt is. Wat betreft de diepte van de boringen wordt hierbij geadviseerd om deze boven 14 m -NAP of dieper dan 28 m -NAP aan te leggen. Voor de in- en uittredepunten van de gestuurde boringen en de delen van het tracé in open ontgraving geldt: - Tracédelen gelegen in het voormalige Houtrak, met een lage verwachting kunnen worden vrijgegeven voor de geplande aanleg. - Tracédelen die op korte afstand van bestaande kabels en leidingen aangelegd worden, kunnen eveneens vrijgegeven worden. - Voor tracédelen met een hoge/middelhoge kans is op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied, adviseert Antea Group om een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uit te voeren. De methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare - is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: 1) de aard van bodemopbouw en 2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen. Indien uit het archeologisch booronderzoek blijkt dat de niveaus niet intact zijn dan kan vrijgave voor het tracé volgen. Mocht blijken dat dit niet met zekerheid kan worden vastgesteld, dan kan een vervolgonderzoek noodzakelijk zijn op die locaties waar deze niveaus bereikt worden. In overleg met de opdrachtgever kan dan worden gekeken naar de meest praktische vorm van vervolgonderzoek, zijnde proefsleuven of een archeologische begeleiding van de uit te voeren graafwerkzaamheden. Het voornoemde is een advies; het hierop nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan de bevoegde overheid, in deze de gemeente Haarlemmermeer. Het voorliggende rapport en het daarin opgenomen advies is d.d. 8 augustus 2023 akkoord bevonden door de gemeente Haarlemmermeer. Voor het gehele tracé geldt: Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook.

Hynetwork Services B.V.(以下简称HNS)——荷兰天然气公司N.V. Nederlandse Gasunie(以下简称Gasunie)的子公司——计划在北海运河区(Noordzeekanaalgebied,以下简称NZKG)开发一套地下输氢管道网络及配套(地面)设施,即**北海运河区氢能管道网络项目**。该高压氢能管道网络将并入国家氢能网络体系。为推进该项目落地,项目方将开展环境影响评价(Milieueffectrapportage,以下简称M.E.R.),同时编制项目决议书(Projectbesluit,前身为《国家土地规划方案》Rijksinpassingsplan)。相关市政当局及主管部门将对考古室内调查与系统性野外考古调查进行评审,以确认该项目决议书在考古层面具备可实施性。 管道施工过程中可能扰动潜在考古遗存。“考古(预期)遗存”是该项目环境影响评价中需评估的内容之一,本次考古调查即为该评估内容的支撑依据。室内考古调查是考古遗产保护(Archeologische Monumentenzorg,以下简称AMZ,详见附件2)的首要步骤。本次室内考古调查覆盖阿姆斯特丹市与哈勒姆梅尔市境内的III号分区,根据两市的政策要求,该区域需开展考古调查。 ## 阿姆斯特丹市辖区 仅在斯帕恩达姆堤坝(Spaarndammerdijk)及前鲁伊古德岛(Ruigoord)区域,存在较高的考古预期:可能发现近代及晚中世纪时期的居住遗迹。其余区域仅存在与土地利用相关的考古预期。位于原IJ湖区域的地块考古预期较低,仅可能发现零星冲刷出土的遗物及/或船舶遗迹,发现概率较低。 ### 调查建议 - 采用定向钻施工的管道区段可予以豁免:定向钻进造成的预期扰动范围有限。针对定向钻孔的深度,建议将钻孔深度设置为高于阿姆斯特丹基准面14米(14 m -NAP)或低于阿姆斯特丹基准面25米(25 m -NAP)。 - 针对定向钻进出点及明挖施工的管道区段,需遵循以下规则: 1. 紧邻既有电缆与管道铺设的管道区段,同样可予以豁免。 2. 考古预期较低的管道区段,若开展的地面扰动作业总面积超过10000平方米,根据阿姆斯特丹市政策,仍需开展钻孔考古调查。 3. 鉴于斯帕恩达姆堤坝与鲁伊古德区域存在较高的考古遗存发现概率,Antea集团(Antea Group)建议:针对计划开展深度超过50厘米(50 cm -mv,即低于地面50厘米)开挖作业的点位,开展系统性钻孔勘探野外调查(勘探阶段)。 该勘探方法为每公顷布设6个钻孔,其核心目的并非直接发现考古遗存(当前钻孔密度与强度不足以实现该目标),而是用于达成两项目标:①明确土层结构特征;②确定原生土层(含考古遗存承载层)的完整程度。 若钻孔考古调查显示原生土层已遭破坏,则可对该管道区段予以豁免。若无法确认土层完整度,则需在触及该土层的点位开展后续调查。后续可与委托方协商,选择最具实操性的后续方案,包括探槽开挖或对开挖作业进行考古监护。 上述内容仅为咨询建议,最终审批决定权属于主管部门,即阿姆斯特丹市。本报告及所载建议已于2023年5月15日经阿姆斯特丹市审核通过。 ## 哈勒姆梅尔市辖区 项目管道沿线的更新世(Pleistocene)地表标高至少高于地面15米(15 m -mv)。计划施工不会触及旧石器时代与中石器时代遗存。从新石器时代至中世纪早期,本规划区域大概率处于过度湿润状态。此外,规划区域的一部分曾属于(原)IJ湖/Houtrak区域,该区域考古预期较低。但在规划区域周边存在较高的台地,如沙嘴与土丘,在该时期具备宜居性,其余区域当时或可用于狩猎或其他活动。 自晚中世纪起,该区域开始进行泥炭开垦,亦可能存在泥炭采掘活动。管道线路还穿过一处古堤坝遗迹,该堤坝以北已发现相关遗存(案件编号:4572720100)。在提及的蒸汽机房区域,可能发现该蒸汽机房(1830年前建造的已消失磨坊)及中世纪时期的住宅遗迹。 ### 调查建议 - 采用定向钻施工的管道区段可予以豁免:定向钻进造成的预期扰动范围有限。针对定向钻孔的深度,建议将钻孔深度设置为高于阿姆斯特丹基准面14米(14 m -NAP)或低于阿姆斯特丹基准面28米(28 m -NAP)。 - 针对定向钻进出点及明挖施工的管道区段,需遵循以下规则: 1. 原Houtrak区域(考古预期较低)的管道区段,可按计划施工予以豁免。 2. 紧邻既有电缆与管道铺设的管道区段,同样可予以豁免。 3. 针对规划区域内考古遗存发现概率较高/中等偏高的管道区段,Antea集团(Antea Group)建议开展系统性钻孔勘探野外调查(勘探阶段)。 该勘探方法为每公顷布设6个钻孔,其核心目的并非直接发现考古遗存(当前钻孔密度与强度不足以实现该目标),而是用于达成两项目标:①明确土层结构特征;②确定原生土层(含考古遗存承载层)的完整程度。 若钻孔考古调查显示原生土层已遭破坏,则可对该管道区段予以豁免。若无法确认土层完整度,则需在触及该土层的点位开展后续调查。后续可与委托方协商,选择最具实操性的后续方案,包括探槽开挖或对开挖作业进行考古监护。 上述内容仅为咨询建议,最终审批决定权属于主管部门,即哈勒姆梅尔市。本报告及所载建议已于2023年8月8日经哈勒姆梅尔市审核通过。 ## 通用规则 对于已豁免的规划区域(区段),仍存在开挖作业中发现零散考古遗存与遗物的可能性。此类遗存通常体量较小,无法通过钻孔调查发现。根据《荷兰遗产法》(Erfgoedwet)第5.10条,发现者需立即向荷兰国家文化遗产局(Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)报告(电话:033-4217456),亦可向市级或省级考古主管部门报告。
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务