five

Fossiele beekbeddingen met vondsten uit de Late IJzertijd bij Neerbeek

收藏
DANS Data Station Archaeology2005-03-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZMQ-553Q
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In de winter van 2003 zijn in een kleine opgravingsput van 15 bij 40 m en enige profielen fossiele beekbeddingen van de Keutelbeek bestudeerd. Het voornaamste doel van het onderzoek was het vergaren van contextgegevens voor een aanzienlijke hoeveelheid vondsten en dierenbotten. Op de plaats van de werkput is sprake van een vijftal fossiele beekbeddingen. De oudste dateert mogelijk in het vroege Holoceen, de jongste in de Romeinse tijd of de Middeleeuwen. De beek heeft zijn loop geleidelijk naar het noordwesten verplaatst, hetgeen veroorzaakt is door colluvium. Praktisch alle vondsten zijn geborgen uit een 5 m brede beekbedding, die gevuld is met lichtgrijs zand. Het materiaal bevond zich zowel op de bodem van de bedding als in lenzen hoger in de vulling. Hoewel aardewerkscherven en houtskool soms wat licht afgerond waren en dus een weinig verplaatst kunnen zijn, zal het meeste materiaal ter plaatse in de stroom zijn gedeponeerd.</p><p>Het vondstcomplex uit de Keutelbeek lijkt te dateren in de periode van ca. 150 tot 50 voor Chr. Hoewel een wat ruimere datering niet uitgesloten is, zijn er in ieder geval geen aanwijzingen voor de depositie van materiaal tot in de Romeinse tijd. Voorafgaand aan het onderzoek was het de vraag of het bij vondstcomplex ging om de neerslag van bijzondere, ‘rituele’ deposities, dan wel om ‘gewoon’ nederzettingsafval. De laatstgenoemde verklaring lijkt de juiste, op grond van de ligging van de vondsten en de samenstelling van het vondstcomplex. Het botmateriaal laat geen opmerkelijk soortenspectrum zien, afgezien van een betrekkelijk hoog percentage paard. Er zijn in het veld geen complete skeletten of gearticuleerde skeletdelen aangetroffen en het gaat duidelijk om slachtafval. De hoeveelheid metaalvondsten is niet erg groot en de voorwerpen zijn niet bijzonder kostbaar. Het aardewerk is vooral in de vorm van kleine fragmenten aangetroffen en er zijn geen aanwijzingen dat oorspronkelijk complete potten zijn gedeponeerd. Tenslotte is het vondstspectrum breed en omvat het voorwerpen die met allerlei activiteiten samenhangen, van het malen van graan tot het smelten van brons en ijzer. Hoewel de vondsten van Neerbeek geen rituele deposities vertegenwoordigen, zijn zij toch erg interessant. Door de goede conserveringsomstandigheden in de beek (vochtig, kalkrijk, buiten bereik van de ploeg) zijn zowel meer vondsten als vondstcategorieën aangetroffen dan normaliter op nederzettingsterreinen. De nederzetting waaruit het materiaal afkomstig is, moet gezocht worden aan de westzijde van de beek. Zoals eerder al opgemerkt, geven de vondsten een beeld van tal van aspecten van het leven in de IJzertijd.</p><p>Tussen de vondsten is sprake van kledingaccessoires en sieraden, zoals mantelspelden van ijzer en brons en armringen van glas en ligniet. Een bronzen naald en twee benen priemen zijn gebruikt voor de vervaardiging van kleding en lederwaren. Het aardewerk kan voor alle mogelijke doeleinden zijn gebruikt, zoals het bereiden, opslaan en transporteren van voedsel en drank. Maalstenen van tefriet zijn gebruikt voor het malen van graan. De ijzerslakken en bronsdruppels wijzen er op dat ter plaatse aan metaalbewerking is gedaan. Naast producten en goederen die ter plaatse zijn vervaardigd en verbouwd, zoals een deel van het metaal, het aardewerk én het voedsel, zijn sommige zaken via ruilhandel van ver weg aangevoerd. Het meest duidelijk is dit bij de maalstenen, die uit de Eifel komen, en de zoutcontainers, die met hun inhoud zijn aangevoerd uit het kustgebied van de Noordzee. Eén van de redenen waarom de vindplaats in Neerbeek zo bijzonder is, is de aanzienlijke hoeveelheid redelijk geconserveerd dierlijk botmateriaal. Van bijna 1800 bekeken fragmenten konden er 700 op soort worden gedetermineerd. De belangrijkste soorten zijn achtereenvolgens rund, schaap/geit, paard en varken; daarnaast zijn hond, edelhert en haas aangetroffen. Runderen, varkens en schapen werden vooral voor het vlees gehouden, al leverde de laatste soort zeker ook wol. Het soortenspectrum van Neerbeek heeft veel weg van dat van vindplaatsen in holoceen Nederland, want op löss- en zandgronden zou men wat meer varken verwachten. Het gebrek aan vergelijkbare botcomplexen in Zuid-Limburg maakt het echter vooralsnog moeilijk alle aspecten van het Neerbeekse materiaal goed te duiden. Dit geldt zeker ook voor het opmerkelijk hoge percentage paard (16%). Het is onduidelijk of dit gebruikelijk is voor nederzettingen uit de Late IJzertijd in het lössgebied, of dat men hier speciaal paarden heeft gefokt als rijdier. Hopelijk kan deze vraag in de nabije toekomst door onderzoek elders worden opgelost. Het onderzoek heeft tenslotte weinig gegevens opgeleverd over de vegetatie in de omgeving van de vindplaats, omdat het stuifmeel in de beekafzettingen slecht geconserveerd was.</p>
提供机构:
VUhbs archeologie
创建时间:
2005-03-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务