Zundert Kleine Beek Booronderzoek
收藏DANS Data Station Archaeology2025-06-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X38-YEQV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Waterschap Brabantse Delta heeft ADC ArcheoProjecten een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd voor vier plangebieden langs de Kleine Beek in Zundert. In het plangebied zullen nieuwe meanders van de Kleine Beek worden aangelegd. Ook zullen er poelen worden gegraven, moerassen worden aangelegd en zullen er bomen worden aangeplant. Het onderzoek was noodzakelijk om te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.</p><p>Op basis van een eerder uitgevoerd bureauonderzoek (Hanemaaijer & Huizer 2010) worden in de bovenste meter van de bodem archeologische resten uit alle perioden vanaf het Laat Paleolithicum verwacht. De kans op het aantreffen van Romeinse resten is binnen plangebied C, en met name binnen deelplangebied C1 en C2, zeer groot vanwege de vondst van Romeinse resten in de directe omgeving van het plangebied. In de omgeving van plangebied A en B zijn vooral resten uit de Late Middeleeuwen aangetroffen. In de plangebieden A, C1, C2 en C3 komt volgens de bodemkaart een plaggendek voor, waardoor de conserveringsomstandigheden van de bodem voor archeologische resten gunstig zijn. De kans op het voorkomen van gedeponeerde offergaven is hoog bij de uitmonding van beken of waterlopen. Dat betreft de deelgebieden C4 en C5.</p><p>Teneinde deze verwachting te toetsen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn 69 boringen tot een maximale diepte van 290 cm onder het maaiveld gezet. De ondergrond van het plangebied bestaat uit dekzand behorende tot de Formatie van Boxtel of lokale afzettingen behorende tot de Formatie van Stramproy.<br>Hierboven bevinden zich afzettingen die verband houden met de Kleine Beek. Deze afzettingen bestaan hoofdzakelijk uit veen of humeus zand of klei.Het voorkomen van detrituslaagjes, de humeuze bijmenging en de afwisseling van kleiige en venige lagen met zandige lagen impliceren een dynamisch milieu met een afwisseling aan stroomsnelheden. Dit kenmerkt zich door een afwisseling aan fasen met waterstroming of stilstaand water. De bovenste 40 tot 60 cm vanaf het maaiveld wordt geïnterpreteerd als een bouwvoor. De bodem is in plangebied A tot gemiddeld 100 cm -mv omgewerkt en plangebied A is geëgaliseerd.</p><p>Plangebied B is tot een gemiddeldediepte van 90 cm -mv omgewerkt en dit plangebied is recent in betrekkelijk natte omstandigheden verploegd; daardoor zijn diepe voren door de voormalige maisakkers getrokken. Dat geldt ook voor plangebied D, daar is de bodem tot ca. 110 cm -mv omgewerkt. In plangebied C1 en 2 is een bodemverstoring van de bovenste 70 cm geconstateerd en in plangebieden C 3 t/m 5 een bodemverstoring van ongeveer de bovenste 110 cm -mv. Vanwege de grootschalige bodemverstoringen wordt de kans op het aantreffen van archeologisch resten in onverstoorde context klein geacht.</p><p>In plangebied C, met een verwachting voor o.a. depositievondsten en vaartuigen dienen de graafwerkzaamheden voorzien te worden in een passieve archeologische begeleiding. Dit houdt in dat een archeoloog één keer per week bij de werkzaamheden aanwezig is om de voortgang te controleren. Voorts wordt de archeoloog op oproepbasis ingezet wanneer voorwerpen of constructies met een mogelijke archeologische waarde worden aangetroffen door de uitvoerder. De archeologische begeleiding dient hetzelfde doel als een inventariserend veldonderzoek door middel van het aanleggen van proefsleuven (IVO-P).</p><p>In plangebied A, B en D is vanwege de grootschalige bodemverstoring door recente landbouwactiviteiten geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het is niet uit te sluiten dat in deze plangebieden toch nog archeologische resten voorkomen. Daarom merken wij op dat het aanbeveling verdient om de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht archeologische vondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 53 van de Monumentenwet.</p>
创建时间:
2009-03-23



