Bureauonderzoek EVZ Wildertse Arm, gemeenten Dongen en Loon op Zand
收藏DataCite Commons2026-02-23 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ALHFOO
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In november 2024 is in opdracht van Waterschap Brabantse Delta door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor plangebied ‘EVZ Wildertse Arm’ in Dongen en Loon op Zand (gemeenten Dongen en Loon op Zand). Aanleiding voor het onderzoek is de inrichting van een Ecologische Verbindingszone (EVZ). </p><p>
Bij de aanlegwerkzaamheden kunnen eventuele archeologische waarden worden verstoord. Het archeologische onderzoek dient als onderbouwing voor de ruimtelijke procedure. Een bureauonderzoek is de eerste stap binnen de Archeologische Monumentenzorg (AMZ, zie bijlage 2). Voor het plangebied geldt een onderzoeksplicht conform het beleid van de gemeenten Dongen en Loon op Zand.
</p><p>
• Waar kunnen (eventuele) archeologische resten zich bevinden?<br>
• Welke verschijningsvorm kunnen deze hebben?</p><p>
Op dekzandruggen in het gebied geldt een middelhoge tot hoge verwachting op resten vanaf het laat paleolithicum tot en met de vroege middeleeuwen. Een groot deel van het plangebied betreft echter een lager gelegen deel van het landschap. </p><p>
Hier is de verwachting op resten vanaf de bronstijd tot de vroege middeleeuwen eerder laag, gezien de natte omstandigheden vanaf de bronstijd en de latere veenontginningen die hier plaatsgevonden hebben. </p><p>
Ondanks de veenontginning kan de top van het dekzand nog intact zijn, waarop dan nog mogelijke resten uit het paleo-, meso- en neolithicum verwacht kunnen worden. De verwachting hierop is middelhoog. </p><p>
Uit het paleolithicum tot en met het laat neolithicum kunnen resten verwacht worden die samenhangen met de mobiele leefwijze van de mens, zoals kleine kampementen die slechts tijdelijk en/of periodiek bewoond werden. Dergelijke vindplaatsen zijn te herkennen aan vuursteenconcentraties en haardkuilen.</p><p>
Vanaf het laat neolithicum tot en met de vroege middeleeuwen kunnen resten van grotere huizen/nederzettingen worden verwacht, net als schuren, spiekers en opstallen. Verder kunnen sporen van agrarische activiteit worden aangetroffen, zoals perceleringsgreppels. Daarnaast kunnen ook menselijke begravingen/crematies worden aangetroffen, afhankelijk van de datering variërend van vlakgraven tot crematiegraven.</p><p>
Voor de late middeleeuwen en nieuwe tijd geldt voornamelijk een verwachting op het aantreffen van ontginningssporen. Aangezien op de historische kaarten bebouwing weergegeven
wordt ter hoogte van de Galgeneind kunnen hier ook bewoningssporen uit deze perioden verwacht worden. </p><p>
Ten oosten van Galgeneind zijn deze resten zeker verstoord door een ontgronding, aan de westelijke zijde lijkt op basis van het AHN mogelijk ook sprake van enige ontgronding. </p><p>
Uit de middeleeuwen en nieuwe tijd kunnen eveneens nederzettingen en resten van agrarische en ontginningsactiviteiten worden verwacht. </p><p>
• Is verder onderzoek noodzakelijk? Zo ja, hoe kan daar systematisch naar gezocht worden? </p><p>
Onderstaand advies wordt verbeeld op Afbeelding 15.</p><p>
Voor delen met een lage verwachting kan de AMZ-cyclus worden afgesloten zonder verder onderzoek. In het deel van het plangebied dat overlapt met Zaakid. 4871992100 zijn het zonnepark en omliggende groenzone met poelen reeds ontwikkeld en worden enkel nog wat aanpassingen aan de bestaande poelen gepland . Hier is verder onderzoek evenmin nodig. </p><p>
Omdat er een (middel)hoge kans is op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied, adviseert Antea Group om binnen deze verwachtingszones een inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen, verkennende fase, uit te voeren.</p><p>
De methode – een verkennend booronderzoek bestaande uit 6 boringen per hectare - is er niet primair op gericht om archeologische resten aan te treffen (hiervoor is de gehanteerde boordichtheid en –intensiteit te gering), maar is wel uitermate geschikt om: </p><p>
1) de aard van bodemopbouw en
2) de mate van intactheid van de oorspronkelijke bodemopbouw <br>inclusief de archeologische sporendragende niveaus te bepalen. </p><p>
Hierbij dient te worden opgemerkt dat ter hoogte van de Galgeneind een historisch erf verwacht wordt. Deze tonen zich in boringen vaak als een verstoring. Daarentegen lijkt het AHN erop te wijzen dat op deze locatie mogelijk een ontgronding plaatsgevonden heeft. Hier dient bij het booronderzoek extra op gelet te worden om uitsluitsel te geven of er al dan niet sprake is geweest van ontgronding, en of er al dan niet nog resten van het historisch erf te verwachten zijn. Dit kan door ter plaatse 2 tot 4 boringen uit te voeren. </p><p>
Er dient rekening gehouden te worden met een booronderzoek van circa 20 tot 22 boringen (15 in Dongen en 5 tot 7 in Loon op Zand) tot minstens 30cm in de onverstoorde C-horizont (met een maximale diepte van 2,30m -mv). </p><p>
Dit is een advies. Het nemen van een selectiebesluit is voorbehouden aan het bevoegd gezag, in dezen de gemeenten Dongen en Loon op Zand.</p>
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-02-19



