five

Archeologisch inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven Dorpsstraat 113 te Sint-Willebrord

收藏
DataCite Commons2025-02-24 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/3GGVON
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Op 24 en 25 april 2024 is door Aeres Milieu een inventariserend en waardestellend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-p) uitgevoerd aan de Dorpsstraat 113 te Sint-Willebrord (gemeente Rucphen). De onderzoekslocatie ligt volgens de Archeologische Beleidskaart van de gemeente Rucphen deels in een zone met de Categorie 2: ‘gebieden met bekende archeologische vindplaatsen en relicten en hoge archeologische verwachting (ook voor jager verzamelaars)’ en deels in Categorie 4: ‘gebieden met middelmatige archeologische verwachting’. Tijdens het onderzoek werd met name in het noordoosten van het plangebied nog een restant van een (groten)deels intacte podzolbodem aangetroffen. In het zuiden en westen werd hier enkel nog de onderste natuurlijk gevormde bodemhorizont (Bhs-horizont) van waargenomen. De verklaring voor de aanwezigheid van een grotendeels intact podzolprofiel, moet gezocht worden in de hoogteligging binnen het plangebied. De top van de natuurlijke ondergrond ligt in noordoostelijke deel van het plangebied namelijk lager en is daardoor van oorsprong ook natter geweest, vanwege de grondwaterstand. Dit blijkt door de alhier aanwezige veldpodzol, die hydromorfe kenmerken vertoont. Mogelijk of vermoedelijk is dit deel van het plangebied bij het in gebruik name ervan aangeplempt, zodat de bodem opgehoogd werd tot boven het grondwater en zodoende geschikt werd voor akker bewerking. Door deze aanplemping werden de onderliggende natuurlijke afzettingen (grotendeels) gevrijwaard van landbewerking, zoals ploegen en is zodoende de onderliggende podzolbodem intact gebleven. Terwijl deze op de hoger gelegen delen van het plangebied opgenomen is in de akkerlaag als gevolg akkerbewerking. In het midden van het plangebied heeft het voormalige bankgebouw gestaan. Ten behoeve hiervan lijkt een bouwput uitgegraven te zijn geweest, die voor een grootschalige verstoring van het plangebied heeft gezorgd. Omdat een deel van het terrein een lagergelegen gedeelte betrof, dat van oorsprong vrij nat is geweest, zal dit geen gunstige vestigingslocatie geweest zijn. Bewoningssporen of vuursteenvondsten zijn hier dan ook niet aangetroffen in de top van de natuurlijke afzettingen. Wel zijn hier, met name in proefsleuf 1, greppels aangetroffen die in verband met grondverbetering gebracht kunnen worden. Dit sluit aan bij grondverbeteringslaag die in de bodemprofielen onder de akkerlaag waargenomen is. Op de hoger gelegen delen van het plangebied werden geen bewoningssporen of vuursteen vondsten aangetroffen. Mogelijk zijn oudere bewoningssporen hier, evenals de natuurlijke bodemopbouw, verdwenen als gevolg van akkerbewerking. De enige sporen die aangetroffen zijn, zijn greppels en karrensporen. De greppels, of een deel ervan, is mogelijk gegraven ten behoeve van grondverbetering. Greppels (S5 en S6) betreffen mogelijk perceelsgreppels, gezien de gelijke oriëntatie met greppels die aangeduid staan op de topografische kaart van 1811-1832 (Figuur 8). De karresporen werden enkel in het uiterste noordoosten van het plangebied waargenomen. Omdat deze verder niet waargenomen zijn, betreft het vermoedelijk een inrit.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-02-19
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务