Plangebied Capucijnenstraat te Biezenmortel, gemeente Tilburg.
收藏DataCite Commons2025-05-26 更新2025-06-14 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/64XNBW
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Inleiding In opdracht van Janssen de Jong Projectontwikkeling B.V. heeft RAAP in juli 2023 een archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Capucijnenstraat ong. te Biezenmortel in de gemeente Tilburg. Het doel van het bureauonderzoek was het verwerven van informatie over bekende en verwachte archeologische waarden teneinde een gespecificeerde verwachting op te stellen. Het booronderzoek diende om de gaafheid van de bodem, en daarmee de kans op de aanwezigheid van archeologische resten, te bepalen. Dit onderzoek is noodzakelijk aangezien er op het plangebied nieuwe woningen worden gebouwd. Resultaten Het plangebied is voornamelijk gelegen op een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden, een klein gedeelte bevindt zich op dekzandwelvingen. Binnen een straal van 500 m is er slechts één archeologische vondst gedaan: een urngraf uit de late bronstijd – vroege ijzertijd, waarbij drie bronzen bijlen zijn gevonden. Er geldt een lage verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars, vanwege het ontbreken van een gradiëntzone, en een middelhoge verwachting voor vindplaatsen van landbouwers, vanwege een goede bodemvruchtbaarhied en een relatief hoge/droge ligging. Het verkennend booronderzoek heeft uitgewezen dat de bodem in het onderzoeksgebied bestaat uit zwak tot sterk siltig verspoeld matig fijn dekzand. Zoals verwacht op basis van de bodemkaart, is er een opgebracht dek aanwezig in het plangebied, maar gezien de beperkte dikte, relatief lichte kleur en slechts matige humeusheid gaat het daarbij eerder om een lage- als een hoge enkeerdgrond (hoge enkeerdgronden zijn in de regel dikker (tot wel 1 m), zeer donker en humeus). Lage enkeerdgronden werden aangebracht om de natte gronden wat op te hogen en zo geschikt te maken voor landbouw. Het vele roest in de ondergrond van het plangebied duidt op sterke wisselingen in het grondwater; het was geen permanent nat gebied (dan ontbreekt de roest), maar wel een periodiek nat (wellicht moerassig) gebied. Er zijn dan ook geen resten van podzolbodems aangetroffen, die typisch zijn voor de drogere delen in het dekzandlandschap. Gezien de nabijheid van beekeerdbodems (ca. 80 m naar het noorden), wordt verwacht dat de oorspronkelijke (nu gedeeltelijk afgedekte) bodem een beekeerdbodem, of mogelijk een gooreerdbodem was. Er is echter geen sprake van een beekdal, maar van een laag gelegen vochtig tot nat landschap. Op basis hiervan wordt verder verwacht dat het plangebied niet erg geschikt was voor bewoning, maar eventueel wel voor aan bewoning gerelateerde resten, ook begravingen kunnen er mogelijk voorkomen. Wat dat betreft valt te denken aan de urnbegraving ten noordwesten van het plangebied, die in een vergelijkbare landschappelijke setting (overgang dekzandwelving naar dekzandvlakte) is aangetroffen. Omdat er nog weinig bekend is over de archeologie rondom Biezenmortel, biedt het grote aaneengesloten plangebied een kans op kenniswinst. Eventuele archeologische sporen kunnen direct onder de bouwvoor of het opgebracht dek voorkomen, dat wil zeggen vanaf 40 cm onder het maaiveld. Advies Bodemingrepen dieper dan 40 cm kunnen mogelijk resulteren in de aantasting van eventuele archeologische resten. Aangezien er in het plangebied ingrepen tot 1.2 m zijn gepland wordt er een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aangeraden. Een dergelijk onderzoek dient te zijn gebaseerd op een door de gemeente goedgekeurd Programma van Eisen (PvE).
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-05-26



