Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek herinrichting Recreatieterrein 'De Molenkamp' te Zeegse, gemeente Tynaarlo (Dr.)
收藏DANS Data Station Archaeology2010-06-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2Z7-QEQ3
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In maart 2010 is in opdracht van Golden Tulip Zeegse door Ingenieursbureau Oranjewoud BV een bureauonderzoek en in maart/mei 2010 een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op een terrein te Zeegse, gemeente Tynaarlo in de provincie Drenthe. Het betreft het recreatieterrein (camping) De Molenkamp. De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de toekomstige herinrichting van het recreatieterrein. Hierbij zal de camping worden omgevormd tot een luxe recreatiecomplex.</p><p>Op basis van de reeds bekende archeologische waarden kan worden gesteld dat in het plangebied slechts één archeologische waarneming is gedaan waarvan de context bekend is. Op een stuifduin rondom het Siepelveen is een pijlpunt uit het Neolithicum aangetroffen. In de wijdere omgeving zijn bewoningssporen aangetroffen uit het Midden-Neolithicum (hunebed tussen Tynaarlo en Zeegse, terrein met nederzettingssporen ten zuidoosten van Zeegse), de Bronstijd (grafheuvel ten noordwesten van Zeegse) en de IJzertijd (urnenveld ten zuidoosten van Zeegse).</p><p>In het plangebied is sprake van een hoge archeologische verwachting. In het plangebied kunnen vindplaatsen worden aangetroffen uit de periode Paleolithicum - Nieuwe Tijd. Bovendien kan een breed scala aan complexen worden aangetroffen, variërend van nederzettingen tot grafstructuren en rituele deposities in kleine depressies. De hoge algemene verwachting geldt alleen als er sprake is van een (deels) intact bodemprofiel.</p><p>Een verkennend booronderzoek is uitgevoerd om te bepalen wat de bodemkwaliteit (gaafheid) is. Deze methode is verder geschikt voor het opsporen van huisplaatsen met archeologische indicatoren, overwegend aardewerk en vuile lagen, uit de Bronstijd – Middeleeuwen. De methode is vanwege de betrekkelijk lage boordichtheid minder geschikt voor het opsporen van de kleinere steentijdvindplaatsen. Specifiek van belang voor het plangebied is in hoeverre het bodemprofiel is verstoord. De vraag is of en waar mogelijk (overstoven) podzolbodems, veenrestanten en cultuurlagen voorkomen. Op basis hiervan kunnen kansarme en kansrijke zones voor vindplaatsen worden vastgesteld.</p><p>Het verkennend veldwerk is op 17 maart uitgevoerd door drs. A. Vissinga (KNAarcheoloog) en drs. H.E. Bouter (fysisch geograaf). Er zijn in totaal 29 boringen geplaatst. Daar waar een (deels) intact bodemprofiel met podzolbodem werd aangetroffen is direct overgegaan op een karterend booronderzoek om de aan- of afwezigheid van een vindplaats vast te kunnen stellen. Het karterend veldwerk is op 17 en 18 mei uitgevoerd door drs. A. Spoelstra (archeoloog) en drs. I.N. Kaptein (KNA-archeoloog). Hierbij zijn in totaal 37 boringen geplaatst. De boringen zijn doorgezet tot 1 a 2 m beneden maaiveld, afhankelijk van de bodemopbouw. Er is geboord tot minimaal 25 cm in de onverstoorde ondergrond. Indien de bodemopbouw wees op stuifzand, is tot grotere diepte geboord om eventuele ondergestoven oude oppervlaktelagen/bodems op te sporen. Hierbij is rekening gehouden met een maximale verstoringsdiepte van 2 m in verband met de voorgenomen herinichting van het plangebied. Het karterend onderzoek heeft zich gericht op de noordelijke, beboste zone waar intacte podzolen voorkomen. Ook een deel van de zuidelijke zone (rond boringen 15 en 22, waar een podzolrestant voorkomt, zijn nader onderzocht.</p><p>In het noordelijke, beboste deel van het recreatieterrein, nabij de Zeegsersteeg, is een intacte podzolbodem aangetroffen in de ondergrond. Daarboven ligt stuifzand en een geroerde, mogelijk deels opgebrachte zandlaag. In het zuidelijk deel van het terrein komt voornamelijk een A/C-profiel voor. De bodemopbouw en hoogteligging wijzen erop dat in het zuidelijk deel door egalisering en afgraving de oorspronkelijke podzolbodem in het dekzand grotendeels is verdwenen. Verder is met name bij de ingang van het recreatieterrein en de gebouwtjes de bodem diep verstoord (circa 1 m -mv).<br>Geconcludeerd kan worden dat in het noordelijk deel, waar een intacte podzol in het dekzand is gevonden, het oude oppervlak van de dekzandrug goed bewaard is gebleven. Hiermee zijn mogelijk ook aanwezige archeologische resten en grondsporen (vanaf het Paleolithicum) goed bewaard gebleven. Weliswaar kunnen in het zuidelijk deel wel diepe grondsporen in het dekzand nog aanwezig zijn (afgetopt) of archeologische resten zijn opgenomen in de bouwvoor.</p><p>Op grond van het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van vindplaatsen tijdens het verkennend en karterend booronderzoek wordt geen nader onderzoek aanbevolen. Het advies is daarom om het plangebied vrij te geven wat betreft archeologie.</p>
创建时间:
2010-06-23



