Inventariserend veldonderzoek archeologie watergang, verbinding Arnhem-Zuid Schuytgraaf
收藏DANS Data Station Archaeology2007-04-03 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZFQ-QJZH
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Het doel van het onderzoek is het vaststellen van de archeologische verwachtingswaarde van de locatie Arnhem Schuytgraaf Zuid/De Laar en effecten van de verstoring van de geplande werkzaamheden. In het plangebied wordt een watergang aangelegd van 300 meter lengte, een diepte van 2 meter en een bodembreedte van 5 meter. Tevens wordt over een lengte van 230 meter de bestaande watergang ten zuiden van de Laar verbreed. De nieuwe watergang loopt vanaf de stadsvijver in het noorden met een duiker onder de Eindhovensingel richting De Laar. De Laar wordt gekruist met een duiker en vindt daar aansluiting met een bestaande watergang die richting het westen naar het spoor loopt. Deze watergang wordt verbreed.</p><p>Uit het bureauonderzoek is gebleken dat het plangebied een hoge archeologische verwachting kan worden toegeschreven. Er zijn in de omgeving geen vondsten gedaan van voor de IJzertijd. Archeologische waarden van voor deze periode worden daarom niet verwacht. De bewoning in het gebied is vooral in de IJzertijd en de Romeinse tijd intensief geweest. De vindplaatsen in de vorm van nederzettingen en een grafveld, ten westen van het plangebied duiden erop dat het terrein geschikt was voor langdurige bewoning. De waarneming net ten oosten van het onderzoeksgebied (21379) geeft aan dat de diepte van de vondsten rond de 0,70 cm onder het maaiveld aanwezig kunnen zijn. Na de Romeinse tijd is er nog wel sprake van gebruik van het plangebied voor landbouw, maar aan de hand van de bekende archeologische waarnemingen in het gebied is er geen sprake meer van nederzettingen. In de Late Middeleeuwen is ten zuidwesten van het gebied een kasteel (AMK terrein 3930) gebouwd. Ten oosten was op een donk een nederzetting gelegen (AMK terrein 3927). In de rest van het gebied lijkt echter geen (grootschalige) bewoning meer plaats te vinden. Mogelijk hebben er wel boerderijen gelegen.</p><p>Boring 13 ligt waarschijnlijk in de reeds vermelde geul die ten zuiden van de rug ligt waarop ten westen en oosten van het plangebied bewoningsresten uit de IJzertijd – Romeinse Tijd zijn aangetroffen. Het dikke pakket opgebrachte grond in de boring (1,70 cm – mv.) kan wijzen op een vullingspakket. De boringen binnen de bebouwde kom tonen aan dat de top van het oorspronkelijke bodemprofiel is verstoord. Eventueel aanwezige archeologische waarden zullen in dit deel van het plangebied zijn verstoord en nog slechts van beperkte waarde zijn. Mogelijk vormt boring 11 een uitzondering: er is een humeuze, sterk zandige kleilaag met fosfaatresten aangetroffen. De laag is waarschijnlijk onverstoord. Fosfaatresten kunnen wijzen op langdurige of zware bemesting, een stal of een latrine. De datering van de fosfaatresten is onbekend. Er zijn in het gebied verder geen archeologische indicatoren aangetroffen in onverstoorde lagen aangetroffen die wijzen op archeologische waarden in het plangebied. De boringen op de akkerpercelen vertonen een onverstoord profiel. Er zijn echter geen archeologische indicatoren aangetroffen. Er worden daarom in dit deel van het plangebied geen archeologische waarden verwacht. Met uitzondering van het gebied rond boorpunt 11 worden geen archeologische resten verwacht in het plangebied.</p><p>Voor de zone rond boring 11 wordt aanbevolen de bodemverstorende werkzaamheden die gepaard gaan met de aanleg van de nieuwe watergang onder archeologische begeleiding te laten plaats vinden. Voor het overige deel van het plangebied geldt dat de archeologische verwachting laag is. Dientengevolge is de behoudenswaardigheid van dit gebied laag. Er wordt daarom aanbevolen hier geen archeologisch vervolg onderzoek uit te voeren.</p>
创建时间:
2007-04-04



