Replication Data for: Transect-rapport 3388: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Meerkerk, Gorinchemstraat 10. Gemeente Vijfheerenlanden.
收藏DANS Data Station Archaeology2023-05-26 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/NUN73I
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
• Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een lage verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen en een hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. Het plangebied bevindt zich landschappelijk gezien in het midden-Nederlandse rivierengebied en is omgeven door (fossiele) stroomruggen. Nabij het plangebied zijn de Middeloos en Zederik stroomruggen gelegen. Dit zijn oorspronkelijk veenrivieren, die weinig tot geen sediment vervoeren. Verder van het plangebied af zijn de Nieuwland en Schoonrewoerd stroomruggen aanwezig. Van deze stroomruggen zijn vanwege de relatief grote afstand voornamelijk komafzettingen te verwachten. Ook zou er veen in het plangebied aanwezig kunnen zijn. Vanwege de oorspronkelijke ligging van het plangebied in een natte komzone, is de verwachting laag op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum – Vroege Middeleeuwen. Vanaf de Late Middeleeuwen is het gebied ontgonnen en bewoonbaar gemaakt. Langs de Oude Zederik is een dijk aangelegd, waarop het plangebied gelegen is. Op deze dijk heeft ook bewoning plaatsgevonden. Op basis van topografische kaarten is het plangebied in ieder geval bebouwd geweest sinds de 18de eeuw. Er kunnen echter nog resten van voorgangers in het plangebied te verwachten zijn. Hierom is de archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd hoog.
• Het veldonderzoek heeft de archeologische verwachting bevestigd. De natuurlijke afzettingen in het plangebied bestaan uit afwisselende lagen komklei en veen. Bodemniveaus hierin ontbreken en hierom kan worden gesteld dat het plangebied te nat is geweest voor bewoning en/of landgebruik. In het oosten van het plangebied is een ophogingslaag aanwezig, die geïnterpreteerd is als dijkophoging. Op de dijk in het oosten en op de natuurlijke afzettingen in het westen zijn antropogene ophogingslagen aanwezig, waarin zich fragmenten baksteen, mortel, houtskool en fosfaatvlekken bevinden. Deze ophogingslagen kunnen worden gerelateerd aan bewoning in de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. De hoge archeologische verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd is hierom bevestigd.
提供机构:
Transect
创建时间:
2021-05-10



