Eindrapportage archeologisch karterend booronderzoek (1912.005) natuurbegraafplaats Koningsakker te Arnhem
收藏DANS Data Station Archaeology2019-03-25 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z3S-SEDG
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Resultaten aanvullend karterend booronderzoek<br>Het aanvullend karterend booronderzoek laat opnieuw de tijdens het verkennend booronderzoek waargenomen bodemopbouw zien, bestaande uit een holtpodzolprofiel. Door de grotere hoeveelheid aan boringen is wel een meer gedetailleerd beeld ontstaan en zijn afwijkingen vastgesteld ten aanzien van deze bodemopbouw. Hieruit blijkt dat er langs een deel van de noordelijke rand van de toekomstige grafvelden A (Lenteveld) en B (Herfstveld) recent verstoringen/vergravingen zijn uitgevoerd die reiken tot aan de oorspronkelijke top van de C-horizont dan wel dieper. Vermoed wordt dat deze veroorzaakt zijn door de aanleg van een kabel-/leidingtracé. In het centraal-oostelijke deel van het toekomstige grafveld C en het oostelijke deel van het toekomstige grafveld E (samen aangeduid als Zomerveld) is sprake van een laag opgebrachte grond boven de oorspronkelijke bodemopbouw (opgehoogde terreindelen). De laag opgebrachte grond varieert qua dikte tussen minimaal 35 en maximaal 215 cm. Deze grond zal zijn opgebracht om de oorspronkelijke grotere verschillen in reliëf binnen deze terreindelen te verkleinen, waarmee de akkers beter/gemakkelijker konden worden bewerkt.</p><p>Voor het plangebied geldt in het algemeen dat het archeologisch sporenniveau dus nog intact aanwezig is. Het opgeboorde en gezeefde materiaal van de boringen gezet binnen het akkercomplex (uitgezonderd de locaties waar WOII structuren worden verwacht) heeft alleen twee fragmenten/stukken vuursteen opgeleverd, waarvan in het veld niet bepaald kon worden of het ging om geheel natuurlijk vuursteen of dat het bewerkt vuursteen betrof. Na controle door de materiaalspecialist geldt voor beide fragmenten dat het gaat het om natuurlijk vuursteen. Er zijn verder geen archeologische indicatoren aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van een aanwezige archeologische vindplaats binnen het plangebied.</p><p>Conclusie<br>De gespecificeerde archeologische verwachting, zoals die is weergegeven tijdens het bureauonderzoek, wordt door het aanvullend karterend booronderzoek opnieuw bevestigd voor wat betreft de landschappelijke ligging/paleogeografische ontwikkeling, echter niet voor wat betreft de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische indicatoren van Jagers-Verzamelaars (Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum). Voor resten van Landbouwers was de verwachting al laag. Op basis van het veldonderzoek wordt geconcludeerd dat er geen reële aanwijzingen voor de aanwezigheid van vondstcomplexen in de vorm van resten van een basis-/extractiekamp (Jagers-Verzamelaars), een nederzettingscomplex of huisplaats (Landbouwers).</p><p>Advies<br>Op grond van de resultaten van het aanvullend karterend booronderzoek adviseert Econsultancy om binnen het akkercomplex (uitgezonderd de locaties waar WOII structuren worden verwacht) geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. Opnieuw is aangetoond dat er over het algemeen sprake is van een intact bodemprofiel, en daarmee van een intact potentieel archeologisch niveau, maar er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Ter plaatse van het centraal-noordelijke en het zuidoostelijke deel van het akkercomplex geldt dat er nog WOII structuren kunnen worden verwacht, waar luchtafweergeschut (FLAG-stellung) met omliggende loopgraven hebben gelegen. Gravend onderzoek zal ter plaatse noodzakelijk zijn bij een ongewijzigd inrichtingsplan.</p><p>Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 Erfgoedwet juli 2016) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Arnhem (de heer drs. M. Defilet) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2019-03-22



