five

Archeologisch vooronderzoek in het kader van ver/aanbouw en aanleg van een zwembad aan de Griftdijk Zuid 127 te Lent, gemeente Nijmegen

收藏
DANS Data Station Archaeology2021-03-25 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XSQ-A5XZ
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied De Griftdijk Zuid 127 te Lent, in de gemeente Nijmegen (kaart 1; afbeelding 1). Het plan omvat een gedeeltelijke sloop voor een aanbouw aan het achterhuis (103 m2) en de aanleg van een zwembad (34 m2). Voor de aanbouw zal tot ca. 1,0 m worden ontgraven (bouwkuip) en voor de vijver tot 1,7 m.</p><p>Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Nijmegen is het plangebied gekarteerd als een terrein van zeer hoge archeologische waarde 3. In deze gebieden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 50 m² en dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld. Met behulp van een archeologisch bureauonderzoek is de archeologische verwachting nader gespecificeerd en op basis van de resultaten daarvan wordt de kans dat bij de voorgenomen grondingrepen een archeologische vindplaats wordt geschaad, als hoog ingeschat. Binnen het plangebied kunnen namelijk sporen en vondsten voorkomen vanaf de Karolingische periode tot in de Nieuwe Tijd in de top van de bodemopbouw, die bestaat uit een ca. 1,5 m dik pakket van Waaloeverklei met daarop overslagzanden. Het Waaloever kleipakket ligt bovenop een enkele meters dik pakket van beddingzanden van de IJzertijdvoorganger van de Waal, waarin verspoelde vondsten uit de Romeinse tijd kunnen liggen, maar dat is al snel 4 tot 5 m -mv. <br>Een controlerend booronderzoek heeft de bodemopbouw bevestigd, maar het Waaloeverpakket is dikker en reikt dieper dan 2 m -mv en de bovenste 1,0 m tot dieper is geroerd en vermengd. Mogelijk het gevolg van het vermengen van overslagzanden met de klei om de vruchtbaarheid van de bodem ter verbeteren. In het Waaloverkleipakket is wel fosfaatuitspoeling waarneembaar en dat is gewoonlijk een indicatie voor woonactiviteiten ter plaatse. De hierbij behorende begraven bodem is waarschijnlijk omgespit in de bovengrond, maar paalsporen en eventuele waterputten kunnen bewaard zijn gebleven in het intacte Waaloeverkleipakket.</p><p>Advies<br>Aangezien in het omgezette, gemengde pakket anorganisch vondstmateriaal bewaard zal zijn gebleven en ter plaatse van het voorgenomen zwembad de kans op sporen in het intacte Waaloeverkleipakket groot is, maar de voorgenomen bodemingrepen qua omvang beperkt van omvang zijn, luidt het advies van Vestigia om de uitgravingen archeologisch te begeleiden als een IVO-P, zodat een eventueel aanwezige vindplaats ook zal worden gewaardeerd volgens de systematiek van de KNA.</p><p>Verder dient te worden opgemerkt dat het plangebied verdacht is op het aantreffen van niet-gesprongen explosieven en ander aan de Tweede Wereldoorlog gerelateerd materiaal. Tijdens de archeologische opgraving zal het plangebied dienen te worden onderzocht en vrijgegeven voor de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. Aangezien in de gemeente Nijmegen relicten van de Tweede Wereldoorlog worden beschouwd als onderdeel van het cultureel-archeologisch erfgoed, behoort dit werk ook te worden omschreven in het Programma van Eisen voor het archeologisch monumentenzorgonderzoek. In het kader van OCE-wetgeving behoort een deel van het eventuele vondstmateriaal onschadelijk te worden gemaakt door vernietiging, zoals munitie en onderdelen van wapens etc., maar die stukken behoren net als andere aan de Tweede Wereldoorlog te relateren voorwerpen te worden geregistreerd en beschreven in het kader van het archeologisch onderzoek. In goede samenspraak tussen opdrachtgever, OCE-onderzoek en archeologisch onderzoek is het mogelijk passend maatwerk te leveren en beide werken te combineren. </p><p>Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Nijmegen, om op basis van dit rapport en de in te dienen bouwplannen een besluit te nemen over de vervolgmaatregelen in het kader van de archeologische monumentenzorg. Ook wanneer het plangebied op enig moment op basis van de resultaten van archeologisch monumentenzorgonderzoek wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische toevalsvondst wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Nijmegen, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.</p>
提供机构:
Vestigia
创建时间:
2021-03-22
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务