five

Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek Herenbosweg (tegenover 43) te Melderslo in de gemeente Horst aan de Maas

收藏
DANS Data Station Archaeology2016-06-16 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZR2-7GSM
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Econsultancy heeft in opdracht van BRO op 25 en 26 september 2015 een archeologisch bureauonderzoek en op 1 oktober 2015 een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging. Het plangebied is gelegen aan de Herenbosweg (tegenover 43) te Melderslo in de gemeente Horst aan de Maas. Volgens de archeologische verwachtingskaart van de gemeente Horst aan de Maas ligt de onderzoekslocatie grotendeels in een gebied met een specifieke archeologische verwachting voor beekdalen. In deze gebieden dient bij planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening bij een onderzoekslocatie groter dan 2.500 m² en bodemingrepen dieper dan 50 cm -mv en vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. Het zuidoostelijke deel heeft een lage archeologische verwachting. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de archeologische verwachtingswaarde is binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta (1992), is men verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren (zie bijlage 3). Doel van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied op te stellen. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden.Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek is erop gericht om inzicht te krijgen in de geologische en bodemkundige opbouw binnen het plangebied. Tevens zullen, indien mogelijk, kansrijke en kansarme zones worden geïdentificeerd.Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Uit de landschappelijke ligging, uitgaande van de geomorfologische kaart, blijkt dat het plangebied vanaf het Paleolithicum gunstig is geweest voor jagers-verzamelaars. Op de geomorfologische kaart ligt het noordelijk deel van het plangebied binnen een dalvormige laagte (code 2R2) en het zuidoostelijk deel lage landduinen met bijbehorende vlakten/laagten (code 4L8). Deze landduinen aan een dalvormige laagte vormen een gradiëntsituatie en waren een ideale vestigingslocatie voor jagersverzamelaars. Mensen die van de jacht en het verzamelen van voedsel leefden, woonden namelijk bij voorkeur op hoge plekken nabij laagten. Bij de overgangen van hoog en droog naar nat en laag, was de variëteit in flora en fauna (voedselbronnen) het grootst en was bovendien drinkwater voorhanden. Vanwege de aanwezigheid van gradiënten geldt voor het plangebied een middelhoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Laat Paleolithicum en Mesolithicum. De verwachting is echter middelhoog aangezien uit de AHN blijkt dat het plangebied waarschijnlijk (deels) geëgaliseerd is. Na het Mesolithicum veranderde de bestaanswijze van de mens drastisch. Nu deed de landbouw zijn intrede. Voor de vroege landbouwers waren bodemvruchtbaarheid en ontwatering van de bodem erg belangrijke factoren in de locatiekeuze. Aangezien in het plangebied een van nature hoog grondwater niveau voorkomt, vormde het gebied waarschijnlijk geen aantrekkelijke vestigingslocatie voor landbouwers. De bodem in het gebied was daarvoor te nat. Derhalve geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Neolithicum t/m Nieuwe tijd. Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat de bodem in het plangebied dermate verstoort is dat intacte vindplaatsen van jagers-verzamelaars, binnen het plangebied niet verwacht worden. Behoudenswaardige vindplaatsen zullen dien ten gevolgen niet in het plangebied te verwachten zijn.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2016-06-10
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务