Archeologisch booronderzoek aan de Aduarderdiepsterweg te Hoogkerk, gemeente Groningen (GR)
收藏DANS Data Station Archaeology2016-07-19 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZGG-E6UV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Aanleiding tot het hier beschreven inventariserend veldonderzoek door middel van boringen is het voornemen een zonnepark aan te leggen op de onderzochte percelen aan de Aduarderdiepsterweg te Hoogkerk. Omdat deze plannen met bodemverstorende ingrepen gepaard gaan, en een deel van het plangebied een middelhoge archeologische verwachtingswaarde heeft, is hier een archeologisch booronderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek wordt uitgevoerd conform de Monumentenwet van 1988. De gemeente Groningen heeft MUG Ingenieursbureau, afdeling Archeologie, opdracht gegeven het onderzoek uit te voeren. Uit het uitgevoerde booronderzoek blijkt dat er binnen het onderzoeksgebied een pakket opgebrachte puinhoudende grond ligt van circa 1 m dikte. Boring 5 is gestaakt vanwege ondoordringbaar puin op een diepte van circa 1 m-mv. Onder het pakket opgebrachte puinhoudende grond bevindt zich in boring 4, op een diepte tussen de 1 en 1,4 m-mv, de voormalige bouwvoor. In de boringen 1, 2, 3, en 6 is deze bouwvoor niet meer aanwezig maar zijn wel vegetatiehorizonten aangetroffen. De vegetatiehorizonten bevinden zijn tussen de 1,2 en 1,6 m-mv en zijn enkele centimeters dik. De vegetatiehorizonten zijn ontstaan in perioden dat de zee-invloed gering was en er bewoning op de kwelder plaats vond. Hierbij werd de kweldervegetatie afgebrand waarbij de donkere, zogenaamde vegetatiehorizonten zijn ontstaan. De aanwezigheid van vegetatiehorizonten duidt op menselijke activiteit in het onderzoeksgebied. Van de twee bekende vegetatieniveaus rond de stad Groningen is het onderste vegetatieniveau te dateren in de midden-ijzertijd (500-250 voor Chr.) en het bovenste in de 3e en/of 4e eeuw na Chr. MUG Ingenieursbureau adviseert om de bodemingrepen te beperken tot een diepte van maximaal 0,8 m-mv. Bij deze werkwijze is geen verder archeologisch onderzoek noodzakelijk aangezien de bodemingrepen zich beperken zich dan tot de al opgebrachte bodemlaag en er bovendien een marge is van circa 20 cm tot de intacte bodemlagen. Indien dit niet mogelijk is beveelt MUG Ingenieursbureau aan om vervolgonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek kan bestaan uit een proefsleuvenonderzoek om vast te stellen of er daadwerkelijk sprake is van archeologische waarden. De bovenstaande adviezen zijn getoetst en goedgekeurd door de bevoegde overheid, in deze de gemeente Groningen door middel van een selectiebesluit. Het voorliggende onderzoek is met de grootst mogelijke zorg uitgevoerd. Indien onverhoopt toch archeologische waarden aanwezig blijken te zijn binnen de vrijgegeven gebieden, wijzen wij op de wettelijke meldingsplicht hiervan (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, in casu de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (vondstmelding via ARCHIS). De melding dient ook bij de gemeente Groningen gedaan worden.</p>
提供机构:
MUG Ingenieursbureau b.v.
创建时间:
2016-03-23



