Barneveld, harselaar-west; inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven
收藏DANS Data Station Archaeology2010-10-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XMA-XPAR
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Het proefsleuvenonderzoek heeft verspreid over het onderzoeksgebied verschillende bewoningssporen opgeleverd. Dit heeft uiteindelijk geleid tot het vaststellen van zes vindplaatsen waarbij voor een tweetal de vermoedelijke begrenzing kon worden aangegeven.<br>Op drie plaatsen zijn sporen uit de Romeinse tijd aangetroffen. Vindplaats B bestaat uit nederzettingssporen waaronder een (deel van een) huisplattegrond en een vermoedelijke spieker. Aan de hand van lege omliggende proefsleuven zijn de (vermoedelijke) grenzen van de vindplaats aangegeven. De vindplaatsen E en F geven slechts de locatie van de sporen aan, begrenzing van deze vindplaatsen is op grond van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek niet mogelijk. De vindplaatsen bevinden zich op de lage dekzandrug in het noorden van het onderzoeksgebied (vindplaats F) en op de rand van een hoge dekzandrug in het oosten (vindplaats B en E). Voorheen werden deze plekken als a-typische locaties voor bewoning beschouwd. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat nederzettingen uit de late ijzertijd en de Romeinse tijd zich juist vaak op de fl ank van grote dekzandruggen (randzone beekdalen) of op kleine dekzandkoppen bevinden. Binnen vindplaats B is een onderscheid te maken tussen de kern (oostelijke en centrale deel) en de periferie (zuidelijke, westelijke en noordelijke deel) van de nederzetting. Wellicht behoort vindplaats E nog tot de periferie van vindplaats B. Voor vindplaats F is niet vast te stellen of sprake is van de periferie of de kern van een nederzetting.<br>De sporen uit de Middeleeuwen en het begin van Nieuwe Tijd zijn voornamelijk geclusterd in het westelijke deel van het onderzoeksgebied op de dekzandvlakte en de lage dekzandrug, tussen verschillende restgeulen (vindplaats A). Deze vindplaats bevindt zich buiten de grenzen van de door RAAP benoemde vindplaats 1 (Klein Harselaar) maar kan vermoedelijk wel nog tot deze RAAP-vindplaats gerekend worden.<br>Aan de hand van lege omliggende proefsleuven zijn de (vermoedelijke) grenzen van de vindplaats aangegeven. Op de lage dekzandrug ten zuiden van vindplaats A en in het noordoosten van het onderzoeksgebied bevinden zich nog twee middeleeuwse vindplaatsen, namelijk C en D. De vindplaatsen C en D geven slechts de locatie van de sporen aan, begrenzing van deze vindplaatsen is op grond van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek niet mogelijk. Hierdoor kan ook geen kerngebied en periferie binnen de vindplaatsen worden aangegeven. Ook voor vindplaats A is dit moeilijk, al lijkt het kerngebied zich ter hoogte van de proefsleuven 14 en 19 te bevinden. Het is echter ook mogelijk dat vindplaats A de periferie van de door RAAP vastgestelde vindplaats 1 (erf Harselaar) vormt.<br>Naast de zes vindplaatsen is verspreid over het onderzoeksgebied nog een zestal soort sporen aangetroffen. Het gaat om een bomkrater uit de tweede wereldoorlog, esgreppels, zandwinningskuilen, perceelsgreppels, karrensporen en een meiler.</p>
创建时间:
2010-09-01



