(27099.001) Eindrapportage archeologisch vooronderzoek Plettenburg 5 in Nieuwegein
收藏DataCite Commons2025-04-28 更新2025-05-10 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/7UN3SO
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachting Vanuit het bureauonderzoek geldt een middelhoge tot hoge verwachting voor de perioden Laat Neolithicum t/m Romeinse tijd. Het plangebied ligt namelijk binnen de jongere fase van de Jutphaas stroomgordel komen te liggen, welke verder actief was van circa 2250 en 850 BC (Laat Neolithicum – Late Bronstijd). Op de oevers van deze rivier is bewoning mogelijk geweest vanaf het Laat Neolithicum. Oeverwalsedimenten zijn namelijk goed bewerkbaar en liggen hoger en droger dan de omringende komgronden, die door hun grotere kleiïgheid sterker inklinken en ook veel lastiger te bewerken zijn. Oeverwallen vormde daarom geschikte locaties voor het ontplooien van menselijke (bewonings)activiteiten. Archeologische resten uit de Late IJzertijd en jonger zijn op de Jutphaase stroomrug daadwerkelijk aangetroffen. Wel zijn binnen het onderzoeksgebied, binnen een straal van 250 meter rondom het plangebied, tot op heden geen (in ARCHIS geregistreerde) archeologische vindplaatsen aangetroffen. Wel zijn op slechts 30 meter ten oosten van het plangebied door de AWN in een ontgraven bouwput diverse aardewerkfragmenten aangetroffen daterend uit de Midden Romeinse tijd. De oever- op kronkelwaard-/beddingafzettingen behorend tot de jongere fase van de Jutphaas stroomgordel, kunnen nog zijn afgedekt met komafzettingen van de Lek of de Hollandse IJssel (ten gevolge van hoogwater/overstromingen voordat bedijking plaatsvond). Vanuit geraadpleegde historische gegeven en kaartmateriaal zijn er geen aanwijzingen om archeologische resten te verwachten gerelateerd aan bewoning uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd. Wel ligt het plangebied volgens de archeologische verwachtingskaart & bestaande elementen Tweede Wereldoorlog van de gemeente Nieuwegein binnen een stellinggebied en binnen de attentiezone van een mogelijk crashlocatie. Vanuit militaire luchtfoto’s zijn er echter geen aanwijzingen voor een dergelijke crashsite dan wel van militaire stellingen in de directe omgeving van het plangebied. Resultaten inventariserend veldonderzoek De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, gecombineerd verkennende en karterende fase) laten zien dat er binnen in ieder geval de onbebouwde delen van het plangebied niet tot nauwelijks moderne bodemverstorende ingrepen hebben plaatsgevonden. Er is sprake van een gemiddeld 130 cm dik modern ophoogpakket, aangebracht ten behoeve van de ontwikkeling als kantoorlocatie. Hieronder is bij verschillende boringen nog de voormalige bouwvoor waargenomen, welke het maaiveld is geweest tijdens de periode dat het plangebied nog een agrarisch gebruik kende tot in de jaren ’70 van de 20e eeuw. Een pakket komafzettingen van de Lek of de Hollandse IJssel is aanwezig tot gemiddeld 180 cm -mv. Hieronder liggen oever- op kronkelwaard-/beddingafzettingen van de (jongere fase van de) Jutphaas stroomgordel. De top van deze afzettingen is duidelijk door de mens in het verleden bewerkt. Er is namelijk tussen gemiddeld 180 en 210 cm -mv sprake is van een oude cultuurlaag/bewerkte bodem waarin resten/spikkels/fijne brokjes houtskool en fosfaatvlekken voorkomen. Tevens is bij bijna alle boringen in deze oude cultuurlaag/bewerkte bodem divers vondstmateriaal aangetroffen, vooral fragmenten aardewerk maar ook fragmenten huttenleem, dierlijk bot, een fragment natuursteen en een fragment git. Alle deze indicatoren worden beschouwd als duidelijke aanwijzing voor mense-lijke (bewonings)activiteiten tijdens waarschijnlijk de Late IJzertijd en/of Romeinse tijd. Er kunnen zeker nog archeologische sporen worden aangetroffen. Dit geldt tevens voor het reeds bebouwde oppervlak (bestaande kantoorpand), waar funderingen (op basis van bouwtekeningen) zijn aangelegd tot circa 70 en plaatselijk 150 cm -mv. Verstoring van de mogelijk aanwezige archeologische vindplaats door betonpalen (heipalen) zal naar verwachting zeer beperkt zijn geweest. Conclusie Geconcludeerd wordt dat binnen het plangebied, op basis van de waargenomen bodemopbouw en aangetroffen archeologische indicatoren, er mogelijk nog sprake is van een archeologische vindplaats in de top van de oeverafzettingen behorend tot de (jongere fase van de) Jutphaas stroomgordel. De hoge verwachting voor de perioden Late IJzertijd en/of Romeinse tijd wordt dan ook bevestigd. Aanvullend archeologisch zal noodzakelijk zijn om een waardebepaling van deze vindplaats mogelijk te kunnen maken wanneer deze door geplande ontwikkelingen/bodemingrepen worden bedreigd. Advies Voor het plangebied, waar nog archeologische waarden worden verwacht, adviseert Econsultancy een dub-belbestemming archeologie te hanteren waarbij de mogelijke archeologische waarden in situ worden bewaard). Hiertoe dienen beschermende regels in het bestemmingsplan te worden opgenomen. Behoud van eventueel aanwezige archeologische waarden is mogelijk als er archeologievriendelijk gebouwd waarbij bodemingrepen niet dieper gaan dan circa 150 cm minus huidig maaiveld. Er dient een circa 20/30 cm dikke bufferzone en conserveringslaag gehanteerd te worden ten opzichte van de onderliggende archeologische laag (oude cultuurlaag) en daarmee het potentiële archeologisch sporenniveau. Als het niet mogelijk is om archeologie vriendelijk te bouwen is vervolgonderzoek noodzakelijk. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek (IVO-P), met de proefsleuven gericht op de toekomstige bouwlocatie en na bovengrondse sloop van het bestaande kantoorpand. Voor het proefsleuvenonderzoek (IVO-P) dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Selectiebesluit Dit advies is voorgelegd aan het bevoegd gezag in kwestie, Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nieuwegein, en door middel van een selectiebesluit als zodanig bekrachtigd (beoordeling archeologisch rapport door mevrouw S. Gresnigt, d.d. 10 april 2025). De gemeente Nieuwegein onderschrijft de conclusies en het advies van Econsultancy. De initiatiefnemer heeft inmiddels aangegeven dat de geplande bodemingrepen niet dieper reiken dan 150 cm onder maaiveld. De heipalen, die wel dieper reiken, zullen archeologievriendelijk worden toegepast. Er is op dit moment weinig bekend over de aanwezigheid en omvang van een mogelijke vindplaats in het plangebied, of wat voor type vindplaats dit zou zijn. Dit maakt het lastig een goed plan te maken voor archeologievriendelijk bouwen waarbij de archeologische resten zoveel mogelijk ontzien worden. We weten immers nog niet veel over deze archeologische resten, behalve dat de kans zeer aanwezig is dat er een vindplaats zit. Dit gebrek aan informatie maakt dat archeologievriendelijk bouwen voorzichtig en zorgvuldig ingezet moet worden. Het grootste probleem in dit plangebied heeft te maken met de dubbele verstoring die plaatsvindt onder de huidige bebouwing. Doorgaans is archeologievriendelijk funderen een goede optie, omdat de verstoring die heipalen veroorzaken klein is, en dus acceptabel wordt geacht. Onder de huidige bebouwing heeft deze verstoring al eens plaatsgevonden. Wanneer de bestaande funderingspalen worden getrokken, en er nieuwe funderingspalen worden toegepast, bestaat de kans dat de verstoring eigenlijk niet meer acceptabel is. Voor de nieuwe ontwikkeling aan Plettenburg 5 dient een palenplan met toelichting ingediend te worden, waarbij toegelicht wordt op welke manier rekening gehouden wordt met onderstaande zaken: • Het meest optimale scenario zou zijn dat de huidige fundering die voor de bebouwing op Plettenburg 5 is toegepast wordt hergebruikt. Er moet onderzocht worden of dit mogelijk is. Dit is volledig afhankelijk van de mate waarin de huidige fundering nog kan worden belast. • Indien hergebruik niet mogelijk is dient inzichtelijk te worden gemaakt wat de gecombineerde verstoring van huidige fundering én nieuwe fundering betekent. Er moet worden aangetoond hoe de-ze verstoring er precies uitziet. Wat is de huidige verstoring door middel van heipalen, en welk effect heeft het toepassen van nieuwe palen, op andere plekken? Zijn er alternatieven voor dit deel van het plangebied? Kan er bijvoorbeeld op staal gefundeerd worden? • Hoe minder funderingspalen, hoe beter: voor het gehele plangebied geldt dat het aantal palen dat wordt gebruikt geminimaliseerd dient te worden. Er moet worden aangetoond waarom het aantal palen dat wordt toegepast noodzakelijk is. • Voor het gehele plangebied dient het palenplan geoptimaliseerd te worden. Dit betekent dat de afzonderlijke afstand tussen de heipalen (van rand tot rand) 4 meter dient te zijn. Dit maakt toekomstig archeologisch onderzoek met een graafmachine nog mogelijk. • Het type paal dat wordt gebruikt verstoort de bodem zo min mogelijk. Doorgaans zijn dit grond-vervangende palen, geen grondverdringende palen. • De palen worden ingebracht op een manier die de bodem zo min mogelijk verstoort. Aangeraden wordt om ook vooral de handreiking Archeologievriendelijk Bouwen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed mee te nemen in het vervolg.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-04-16



