Transect-rapport 2358: Schijndel, Meijldoorn 3. Gemeente Meierijstad (NB). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase.
收藏DANS Data Station Archaeology2019-09-04 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XKZ-PZN4
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In augustus 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Meijldoorn 3 te Schijndel (gemeente Meijerijstad). De aanleiding voor het onderzoek vormt het voornemen om in het plangebied twee woningen en een zwembad te realiseren. Het plangebied is momenteel in gebruik als woning. Bij de voorgenomen ingrepen zal grondverzet plaatsvinden, waardoor de oorspronkelijke bodem en daarmee eventueel aanwezige archeologische resten in het gebied kunnen worden verstoord. Voor het plangebied geldt volgens het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied’ (2013) een Dubbelbestemming Waarde – Archeologie 5. Hiervoor geldt dat voor plannen die over een oppervlakte plaatsvinden van meer dan 2500 m2, en die dieper reiken dan 50 cm onder het huidige maaiveld een archeologische onderzoeksplicht geldt. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2900 m2. Aangezien de herontwikkeling in het gebied de omvang van de planregel overschrijdt, is een archeologisch onderzoek in het kader van de bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Het plangebied ligt landschappelijk gezien op de flank van een dekzandrug. De top van het dekzand vormt hier het archeologisch relevante niveau. In het zuidelijke gedeelte van het plangebied zijn in de top van het dekzandpakket aanwijzingen voor bodemvorming aangetroffen. Waarschijnlijk maakt deze bodem deel uit van een laarpodzolgrond. Hier is dan ook sprake van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen. Resten uit het Jong-Paleolithicum B en het Mesolithicum zijn waarschijnlijk niet meer aanwezig, aangezien de top van het dekzand verploegd is geraakt. Nederzettingsterreinen uit deze periode kenmerken zich namelijk door een dunnen vondstlaag, deze vondslaag is waarschijnlijk met de top van het dekzand verploegd. Voor het noordelijke gedeelte van het plangebied geldt een lage verwachting op het aantreffen van intacte archeologische resten uit alle periodes. In dit gedeelte is namelijk sprake van verspoelde dekzandafzettingen en zijn geen aanwijzingen voor bodemvorming aangetroffen. Dit maakte, samen met de vochtige ligging, dat de omstandigheden in dit gedeelte ongunstig waren voor bewoning. In de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd is dit gebied in ontginning gebracht, waardoor uit deze periode nog wel sporen van landgebruik en terreininrichting te verwachten zijn.</p>
提供机构:
Transect b.v.
创建时间:
2019-09-05



