Archeologisch booronderzoek aan Koediepslaan te Scheemda, gemeente Oldambt (GR)
收藏资源简介:
<p>Aanleiding tot het hier beschreven archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) zijn de bouwplannen voor een nieuw ziekenhuis van Ommelander Ziekenhuis Groep op de onderzochte percelen aan de Koediepslaan te Scheemda. Omdat deze plannen met bodemverstorende ingrepen gepaard gaan, is een archeologisch vooronderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek wordt uitgevoerd conform de Wet op de archeologische monumentenzorg. De Ommelander Ziekenhuis Groep heeft MUG Ingenieursbureau, afdeling Archeologie, opdracht gegeven het IVO uit te voeren. Voorafgaan aan het hier beschreven booronderzoek is door Libau steunpunt een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd.</p><p>Het bureauonderzoek wijst uit dat de middeleeuwse veenontginingsnederzetting Scheemda iets ten noorden van het onderzoeksgebied lag. Hier zijn ook resten van steenhuizen aanwezig. Daarom wordt de trefkans op archeologische resten in het onderzoeksgebied als hoog ingeschat. In het recente verleden is in de westelijke helft van het onderzoeksgebied klei gewonnen voor de baksteenfabricage. Hierdoor kunnen archeologische resten aangetast zijn. In de dekzandondergrond moet rekening gehouden worden met archeologische resten uit de steentijd. In het bureauonderzoek wordt geadviseerd om een booronderzoek uit te voeren.<br>Uit informatie (persoonlijke mededeling) van de heer J. Feikens, amateur archeoloog, blijkt dat er op basis van zijn luchtfoto-interpretatie, binnen het onderzoeksgebied geen sporen van steenhuizen (meer) aanwezig zijn. Wel moet er volgens de heer Feikens rekening gehouden worden met de aanwezigheid van een mogelijk dijktracé uit 1545 en van een oude verbindingsweg van Eexta naar oud-Scheemda. Ook zou er binnen het onderzoeksgebied een oude afwatering, de “Oude Geut”, gelegen hebben. Deze kan mogelijk nog in het niet-afgetichelde deel aanwezig zijn.</p><p>Uit de resultaten van het booronderzoek kan geconcludeerd worden dat de bodem in het noordelijke deel van het onderzoeksgebied als gevolg van het afgraven van klei voor de baksteenindustrie zodanig is aangetast dat de trefkans op archeologische resten hier minimaal is (zie bijlage 2). In de rest van het onderzoeksgebied zijn op de overgang van het veen naar de erboven liggende siltige kleilaag baksteenfragmenten aanwezig en ook resten van kogelpotaardewerk. Normaal gesproken is de trefkans op aardewerk in een boring gering en ook niet het doel van dit verkennend onderzoek. Dat er toch in meerdere boringen aardewerk aanwezig is, is een indicatie dat er relatief veel materiaal aanwezig zal zijn.<br>Een deel van dit materiaal is „gerold‟, wat er op wijst dat het verspoeld is. Er kan echter niet uitgesloten worden dat een deel van het materiaal van lokale herkomst is. Er is een grote kans dat binnen het onderzoeksgebied resten van een nederzetting of oude akkers aanwezig zijn. In het oostelijke deel van het onderzoeksgebied is in het dekzand bodemvorming aanwezig waardoor hier mogelijk resten uit de steentijd aanwezig kunnen zijn.</p><p>Op grond van de uitkomsten van het booronderzoek bevelen wij aan om binnen het zuidelijke terreindeel een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van proefsleuven. Met dit onderzoek kan duidelijk gemaakt worden of hier nog nederzettingsresten aanwezig zijn en, indien dit het geval is, hoe de conditie van deze is. Voorafgaand aan het proefsleuven onderzoek dient een Programma van Eisen opgesteld te worden dat door de bevoegde overheid goedgekeurd dient te worden.<br>Voor het oostelijke deel bevelen wij aan om rond de boringen met een deels intact bodemprofiel een karterend booronderzoek uit te voeren, waarbij de top van het dekzand bemonsterd wordt om zo eventueel aanwezige archeologische resten op te sporen.</p><p>Voor het overige deel van het onderzoeksgebied bevelen wij aan om geen verder onderzoek uit te voeren. De kans op de aanwezigheid van archeologische resten wordt hier als laag ingeschat.</p>



