Plangebied Bosbrugweg te Weert, gemeente Weert.
收藏DataCite Commons2026-01-12 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/S2QJXF
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p> Inleiding
<p> In opdracht van Ark Natuurontwikkeling heeft RAAP in januari 2024 een archeologisch vooronderzoek
in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)
uitgevoerd voor het plangebied Bosbrugweg in de gemeente Weert (figuur 1). Het onderzoek vond
plaats in het kader van een omgevingsvergunning. Voor de vergunning geldt een onderzoeksplicht. In
het plangebied is natuurontwikkeling gepland.
<p> Resultaten
<p> Het plangebied bevindt zich geologisch gezien gedeeltelijk in de Formatie van Boxtel het laagpakket
van Kootwijk (stuifzand) en dat van Wierden (dekzand). De geomorfologische kaart toont dat het gebied
in een complex van dekzandwelvingen ligt met een vrij vlak, laaggelegen reliëf. Ten noorden van het
plangebied bevindt zich een stuifzandcomplex van landduinen met bijbehorende vlakten en laagten, dat
een meer uitgesproken reliëf kent. Het is mogelijk dat het plangebied geëgaliseerd is geweest ten
dienste van het landbouwkundig gebruik. Ten zuiden van het gebied bevindt zich een dalvormige laagte
dat ontstaan is onder periglaciale omstandigheden aan het eind van de laatste ijstijd. Hierin stroomt nu
de Tungelroyse beek. Volgens de bodemkaart bestaat het plangebied uit veldpodzolgronden in
leemarm en zwak lemig fijn zand. Direct ten zuiden van het gebied komen hoge zwarte enkeerdgronden
voor in lemig fijn zand.
<p> In het plangebied bevinden zich geen archeologische vindplaatsen. In de omgeving van het plangebied
(<1000 m) zijn er verschillende booronderzoeken uitgevoerd. Deze tonen steeds een sterk verstoord e
bodemopbouw, waarbij de bouwvoor relatief dik is en zich direct op het dekzand bevindt. Op enkele
locaties zijn er restanten van een podzol aangetroffen. Ook een proefsleuvenonderzoek in de omgeving
toont een bijna volledig verstoorde bodem.
<p> In de vallei van de Tungelroyse Beek die ten zuiden en ten westen van het plangebied loopt , werden
vondsten gedaan daterende vanaf de steentijd tot de nieuwe tijd. De meest relevante vondst betreft de
restanten van een vroeg-Romeinse brug die zo’n 1000 m ten oosten van het plangebied aangetroffen
werden. Dit wijst erop dat de omgeving van het plangebied in de Romeinse tijd, en wellicht ook al
eerder, al door de mensen werd bezocht. Er werden bij de brug namelijk ook een neolithische bijl en
een dolk uit de bronstijd aangetroffen. Restanten van een molen uit de late middeleeuwen binnen de
vallei, musketkogels, kralen en duiten uit de nieuwe tijd tonen dat de vallei na de Romeinse tijd nog
aantrekkingskracht op de mens uitoefende. Zo’n 900 m ten zuidwesten van het plangebied werden
urnenscherven gevonden die uit de bronstijd / ijzertijd / Romeinse tijd kunnen komen.
<p> Voor zover de historische kaarten teruggaan behoorde het plangebied toe aan een complex van woeste
gronden. In de 19e eeuw was het gebied ook kort bebost. Vanaf 1945 werd het gebied in gebruik
genomen als akkerland / weiland. Tussen 2010 en 2018 werd het westelijke deel van het perceel
tijdelijk gebruikt als boomplantage.
<p> Er geldt een hoge verwachting voor vindplaatsen van jager -verzamelaars (paleo-mesolithicum) doordat
het plangebied in een gradiëntzone ligt (op de overgang van de hogere zandgronden naar het lagere
dal van de Tungelroyse beek). Uit het veldonderzoek is dit ook gebleken. Er is sprake van hogere en lagere delen, waar een afwisseling van meer of minder ontwikkelde podzolgronden voorkomt. Als
gevolg van de landbouwkundige ontginning zijn delen van de podzolen verstoord en andere delen nog
intact. De dikte van de verstoorde bovengrond varieert van 30 – 45 cm. Ter hoogte van de relatief goed
bewaarde veldpodzols spreken we van vindplaatsen die nog grotendeels in situ aanwezig kunnen zij n.
<p> Over de rest van de akker zullen de eventuele vindplaatsen van jager-verzamelaars grotendeels in de
bouwvoor opgenomen zijn.
<p> Voor vindplaatsen van landbouwers (neolithicum-nieuwe tijd) geldt er een middelhoge verwachting
doordat het gebied zich in een vrij vlak, redelijk goed ontwaterd complex van dekzandwelvingen
bevindt, niet ver van een dalvormige laagte. Onder de bouwvoor kunnen grondsporen hiervan nog
bewaard zijn gebleven.
<p> Advies
<p> De geplande natuurontwikkeling bestaat uit uitbreiding van het bestaande bos, de aanleg van een
mantelzoomrand en spontane ontwikkeling. Dit is gunstig voor de archeologie omdat de regelmatige
landbouwkundige bodemwerking wordt stopgezet en de bodem wordt vastgelegd. <p> Wel kan het
aanplanten een mogelijke bedreiging vormen voor het archeologisch bodemarchief. Daarom wordt
geadviseerd bij de plantwerkzaamheden de bodemroering te beperken tot de diepte van de bestaande
bouwvoor (zie advieskaart, figuur 16). In dat geval vindt er geen verstoring van ongeroerde bodem
plaats, waardoor eventueel aanwezige archeologie niet verstoord wordt.
<p> Ongeacht of er planaanpassing gebeurt, wordt geadviseerd verder onderzoek uit te voeren. Dat kan
met behulp van een oppervlaktekartering waarmee wordt bepaald of er archeologische indicatoren in
het plangebied aanwezig zijn.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-12-19



