Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek verkennende fase (booronderzoek): Reeksenakker ong. te Deurne. Gemeente Deurne.
收藏DataCite Commons2024-12-02 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/8UNK1A
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
KSP Archeologie heeft een archeologisch inventariserend veldonderzoek, verkennende fase uitgevoerd voor de locatie aan de Reeksenakker ong. in Deurne (gemeente Deurne). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 1.080 m2. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van architect B. Munsters voor de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de nieuwbouw van een woning. Voor de nieuwe woning zal een Hectar® funderingsvloer worden aangelegd, waardoor de graafwerkzaamheden voor de fundering beperkt kunnen worden tot maximaal 0,5 m beneden het huidige maaiveld. In eerste instantie is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (KSP Rapport 21181). Op basis van de gegevens die in het bureauonderzoek zijn verzameld, is een hoge verwachting toegekend aan het plangebied. Dit verkennende booronderzoek is uitgevoerd om deze hoge verwachting te toetsen. Het verkennend booronderzoek is uitgevoerd op 7 december 2022. Uit het booronderzoek is gebleken dat de bodem in het plangebied bestaat uit dekzand waarin een podzolbodem is ontwikkeld, dat vervolgens in de 16e eeuw is afgedekt met stuifzand. In het noordoostelijke deel van het plangebied is een deels intacte podzolbodem aangetroffen (intact vanaf de onderzijde van de Bh-horizont). In de zuidelijke helft van het plangebied is de podzolbodem vrijwel geheel weggestoven. In het noordwestelijke deel is in eerste instantie vermoedelijk wel een deel van een podzolbodem bewaard gebleven onder het stuifzanddek, maar deze is later alsnog verstoord door diepe omwerking van de bodem. Aangezien de podzolbodem in een groot deel van het plangebied is verdwenen of verstoord, zijn eventueel aanwezige vuursteenvindplaatsen verloren gegaan. Alleen in het noordoostelijke deel kan een deels intacte vuursteenvindplaats worden aangetroffen vanaf 1,4 m beneden maaiveld. Het bovenste deel van het vondstenniveau (in de A-, E en Bh-horizont) is hier wel verdwenen door zandverstuiving. Deze hoge verwachting is gebaseerd op de landschappelijke ligging. Het plangebied ligt namelijk in een gradiëntzone waarbij ca. 60 m ten zuiden van het plangebied een dal ligt waar in de loop van het Neolithicum een veenmoeras is ontstaan. Op basis van deze gegevens is de hoge verwachting uit het bureauonderzoek voor vuursteenvindplaatsen van jagers-verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum naar laag bijgesteld. Binnen de gemiddelde boordiepte van 1,2 m beneden maaiveld zijn geen aanwijzingen gevonden voor een dieperliggend potentieel niveau. Op basis van onderzoek op een nabijgelegen locatie wordt ook geen kansrijk potentieel niveau op grotere diepte verwacht. In het oostelijke deel van het plangebied is het potentiële sporenniveau voor een vindplaats uit de prehistorie (top van de C-horizont) intact op basis van de aanwezigheid van een B- of BC-horizont. In het westelijke deel is de podzolbodem geheel weggestoven of verstoord. Naar aanleiding hiervan is de hoge verwachting voor een vindplaats uit het Neolithicum – Romeinse tijd voor het westelijke deel van het plangebied gehandhaafd en voor het oostelijke deel naar laag bijgesteld. Deze verdeling tussen het westelijke en oostelijke deel sluit aan bij de respectievelijk lage en hoge verwachtingszone zoals die zijn aangegeven op de gemeentelijke, archeologische beleidskaart. Binnen de hoge verwachtingszone geldt volgens het gemeentelijke beleid een dieptegrens van 0,5 m. Vanwege de afdekking met recent opgebrachte grond en stuifzandlaag is deze dieptegrens toereikend. Het potentiële archeologische niveau wordt namelijk pas vanaf 0,65 m verwacht en in het noordoostelijke deel komt het snel nog dieper te liggen rond 1,4 m beneden maaiveld. De nieuwe woning komt deels binnen de hoge verwachtingszone te staan. Voor de nieuwe woning zal een Hectar® funderingsvloer worden aangelegd, waardoor de graafwerkzaamheden voor de fundering beperkt kunnen worden tot maximaal 0,5 m beneden het huidige maaiveld. Op die manier wordt het archeologische bodemarchief in het plangebied behouden en is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. De benodigde nutsvoorzieningen waarvoor diepere sleuven aangelegd moeten worden zoals water en riolering worden bij voorkeur in de lage verwachtingszone aangelegd.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2024-12-02



