Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Koekenbergweg ong. (perceel 2898) te Epe, gemeente Epe
收藏DataCite Commons2026-04-21 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ZB0CYE
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Koekenbergweg ongenummerd te Epe, gemeente Epe. Het plangebied ligt op de hoek van de Koekenbergweg met de Lichttorenweg en heeft een oppervlakte van ruim 4,5 ha (45.470 m²). De aanleiding voor het onderzoek is het plan van de provincie Gelderland om het betreffende perceel om te vormen in een bosgebied. De exacte invulling van deze herontwikkeling is in dit stadium van de planvorming nog niet bekend.
Volgens het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Epe van de gemeente Epe ligt het plangebied in een gebied met de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 6 (middelhoge archeologische verwachting). In gebieden met deze dubbelbestemming is archeologisch onderzoek verplicht bij (o.a.) het bebossen van gronden die op het tijdstip van het inwerkingtreden van het bestemmingsplan niet als bos waren bestemd, indien de oppervlakte van het te bebossen areaal 2500 m2 of meer bedraagt en de bodem hierbij dieper dan 0,5 m -mv geroerd wordt. De geplande bodemingrepen overschrijden naar verwachting de genoemde vrijstellingsgrenzen. Vanwege de verwachte overschrijding van deze vrijstellingsgrenzen is door Hamaland Advies een KNA 4.1-conform bureauonderzoek conform de BRL SIKB protocol 4002 en een verkennend booronderzoek conform de BRL SIKB protocol 4003 uitgevoerd.
Bureauonderzoek
Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied op een stuwwalglooiing met een vrij vlak, laaggelegen reliëf (6H11) ligt. De ondergrond van het plangebied bestaat uit gestuwde Pleistocene afzettingen van overwegend leemarm tot zwak lemig zand. In de top van de gestuwde afzettingen is een veldpodzolgrond (Hn30) ontstaan. Volgens de resultaten van de bodemkundige boringen is deze veldpodzol tot op/in de B-horizont afgetopt. Alleen in het noordwesten van het plangebied is de aftopping iets ondieper en reikt tot op/in de E-horizont. Het grondwater ter plaatse van het plangebied wordt beneden de 2,0 m -mv (winter) à 2,5 m -mv (zomer) verwacht (Gt VIIId).
In geschreven bronnen wordt de plaatsnaam Epe voor het eerst in 1176 vermeld. Het esdorp Epe is in de middeleeuwen ontstaan. In deze periode concentreerde de bewoning van de Veluwe zich vooral langs de randen van het gebied. Op de Veluwe zelf bestond de bewoning uit verspreid liggende kleine woonkernen met bijbehorend bouwland dat werd omringd door omvangrijke arealen onontgonnen (woeste) gronden. Deze woeste gronden werden tot in de 19e eeuw extensief gebruikt voor de agrarische productie. Het huidige plangebied maakt onderdeel uit van het Dorperveld ten noordwesten van het dorp Epe. Het Dorperveld behoort tot de jonge vochtige heideontginningen in het nat-droge zandgebied waarbij vanaf het midden van de 19e eeuw grote delen van de heide werden omgezet in bouwland en bossen.
Cartografische gegevens duiden erop dat het plangebied vanaf de vroege 19e eeuw tot ca. 1915 uit enkele percelen heide bestond die tot ca. 1872 werden doorsneden door wegen/paden. Vanaf 1915 was het plangebied bebost. De noordelijke helft van het plangebied wordt vanaf 1957, de zuidelijke helft vanaf 1966 agrarisch gebruikt.
Het plangebied zelf is nog niet eerder archeologisch onderzocht. In de omgeving van het plangebied zijn vooral grafheuvels uit het laat-Neolithicum en/of de bronstijd bekend, lokaal zijn ook karrensporen en aangetroffen en ijzerslakken gevonden. De karrensporen en ijzerslakken kunnen niet precies worden gedateerd. Volgens de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Epe geldt voor het plangebied een middelhoge verwachte dichtheid aan archeologische resten die worden afgedekt door een conserverend dek met een dikte van 30 cm of minder.
De archeologische verwachting is samengevat in tabel 3 van dit rapport. Op grond van de uitgevoerde analyse van de beschikbare bodemkundige, archeologische, historische en cartografische gegevens geldt voor het plangebied een hoge archeologische verwachting op resten van bebouwing en landgebruik vanaf het laat-Paleolithicum. Eventuele resten uit de late middeleeuwen en de Nieuwe tijd kunnen vanaf het maaiveld, oudere archeologische resten vanaf ca. 0,4/0,5 m -mv aangetroffen worden. Dit houdt in dat archeologisch relevante, mogelijk kansrijke niveaus verstoord worden bij de geplande graafwerkzaamheden.
Booronderzoek
Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat de natuurlijke ondergrond in het plangebied bestaat uit gestuwde grofzandige, grindige afzettingen met kiezels. In met name het westelijke deel van het plangebied (boringen 2-5, 7-12 en 16) en in de noordoostelijke hoek (boringen 21 en 22) is onder de (sub)recente bouwvoor sprake van een grotendeels intacte veldpodzolbodem. In de overige boringen is het bodemprofiel verstoord tot in de C-horizont, waarbij de oorspronkelijke bodem is afgetopt en/of vermengd met de top van de C-horizont als gevolg van ploegen.
Hoewel in een groot deel van het plangebied onder de (sub)recente bouwvoor sprake is van een grotendeels intacte podzolbodem, is het plangebied waarschijnlijk niet aantrekkelijk geweest voor bewoning in het verleden. Grofzandige afzettingen zijn niet erg geschikt voor landbouw. In het plangebied zijn tijdens het veldwerk geen cultuurlagen of vuile lagen met archeologische indicatoren aangetroffen. Bij het uitzeven van bodemlagen zijn eveneens geen archeologische indicatoren aangetroffen. De hoge archeologische verwachting voor resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Nieuwe Tijd in de top van de C-horizont kan daarom naar laag worden bijgesteld.
Selectieadvies
Op grond van de onderzoekresultaten van zowel het bureau- als het booronderzoek, de ongunstige vestigingsomstandigheden van het plangebied en het ontbreken van archeologische lagen en archeologische indicatoren, wordt de kans dat met de voorgenomen ontwikkelingen archeologische waarden verloren gaan laag ingeschat. Hamaland Advies adviseert daarom het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen.
Selectiebesluit
Het conceptrapport en het selectieadvies zijn op 13 april 2022 namens gemeente Epe gecontroleerd door de Regio-archeoloog van de Stedendriehoek (dhr. H.G. Pape-Luijten). Op basis van het archeologisch onderzoek kan worden geconcludeerd dat de bodem in het plangebied verstoord is, dan wel archeologisch irrelevant. Daarom adviseert Hamaland Advies vrijgave van plangebied. De gemeente Epe onderschrijft dit advies.
Voorbehoud
Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de voorgeschreven procedures en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het onderzoeksgebied te verkleinen.
Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Vanuit praktisch oogpunt verdient het aanbeveling ook de archeologisch adviseur van de gemeente Epe, regioarcheoloog dhr. H.G. Pape-Luijten, hiervan per direct in kennis te stellen.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-20



