Echt. Klooster Lilbosch
收藏DANS Data Station Archaeology2020-10-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XCE-S5NX
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In de nacht van 10 op 11 september 1942 is ter hoogte van het plangebied een Britse Short Stirling neergestort. Bij de crash bij klooster Lilbosch zijn zes bemanningsleden om het leven gekomen, waarvan er officieel nog vier vermist zijn. Vanuit de overheid is in het kader van 75 jaar bevrijding besloten tussen de 30 en 50 vliegtuigen te laten bergen waarin zich nog gesneuvelden bevinden. Een van deze wrakken bevindt zich in het plangebied klooster Lilbosch te Echt, gemeente Echt-Susteren. Voor de berging werd een werklocatie ingericht met onder andere een tweetal infiltratievijvers. Vanwege de relatief hoge grondwaterstand dient bij de berging bronnering rond het wrak te worden geplaatst. Het hierbij vrijkomende grondwater wordt met behulp van de twee infiltratievijvers weer in de bodem teruggevoerd. In opdracht van de Explosive Clearance Group (ECG) heeft BAAC op 5 september 2019 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in het plangebied, waarbij de twee infiltratievijvers het onderzoeksgebied vormden (600 m2). Dit onderzoek was er op gericht om vast te stellen of er al dan niet sprake was van de aanwezigheid van archeologische (steentijd)vindplaatsen ter plaatse van de geplande vijvers.</p><p>Het plangebied ligt binnen het Midden-Limburgse (dek)zandgebied tussen de Maas en de grens met Duitsland. In dit gebied bevinden zich verschillende resten van oude Maas- en Rijnterrassen. Tijdens koude perioden heeft de Maas een vlechtend karakter gehad met een brede riviervlakte en een opeenhoping van sedimenten. Gedurende de overgang van een koude naar een warme periode sneed de rivier zich in zijn eigen afzettingen weer in. De oudste Maasterrassen liggen hoog, de jongere lager. Deze afzettingen worden tot de Formatie van Beegden gerekend. Deze rivierafzettingen bestaan hoofdzakelijk uit matig grof tot uiterst grof grind en grindhoudend zand met ingeschakelde leem- en kleilagen. Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied grotendeels ter hoogte van een geul van een vlechtend afwateringsstelsel. Het meest noordelijke puntje van het plangebied ligt op een dalvlakteterras. De bodem in de westelijke helft van het plangebied bestaat uit kalkloze zandgronden, in detail een gooreerdgrond, bestaande uit lemig fijn zand, met grof zand en/of grind beginnend tussen 40 en 120 cm. De bodem aan de oostzijde bestaat uit oude kleigronden, in het bijzonder leek-/woudeerdgronden, bestaande uit lichte zavel. In het onderzoeksgebied zelf hebben voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek geen archeologisch relevante onderzoeken plaatsgevonden. Wel zijn er in de wijdere omgeving diverse onderzoeken geweest, voornamelijk uitgevoerd door amateurarcheologen. Aan het plangebied is op basis van de archeologische verwachtings- en beleidskaart voor de gemeente Echt-Susteren een middelhoge archeologische verwachting voor natte landschappen toegekend.</p><p>Op oude kaarten is te zien dat het plangebied tot halverwege de jaren ?20 wordt afgebeeld als woeste gronden, in het bijzonder als een gebied met natte heide. Direct ten westen van het plangebied ligt de oude hoeve Lilbosch. Vanaf 1883 worden bij de hoeve een klooster en een kloosterboerderij gebouwd. De ontginningen van de abdij lijken zich voornamelijk ten westen van het plangebied te bevinden. Pas op de kaart uit 1925 is er sprake van ontginningen ter hoogte van het plangebied. Deze ontginningen zijn uitgevoerd door particulieren, die met behulp van veel kunstmest de vruchtbaarheid van de gronden verhoogden. Daarnaast zorgde het graven van de Pepinusbeek (v??r 1910) voor een betere ontwatering van het gebied.</p><p>Tijdens het proefsleuvenonderzoek is over elke geplande vijver is een proefsleuf aangelegd, met een dekkingsgraad van ruim 10% van het onderzoeksgebied. Bij elke haal van de bak van de kraan is gecontroleerd of er vuursteenmateriaal aan het licht kwam, wat op beide locaties niet aan de orde was. Daarnaast zijn er geen sporen of vondsten uit andere periodes aangetroffen. Het totaal ontbreken van vindplaatsen leidt tot het advies om de locaties van de infiltratievijvers (2x 300 m2) vrij te geven voor ontgravingswerkzaamheden. Het is goed mogelijk dat elders in het plangebied wel archeologische indicatoren aanwezig zijn, gezien de vele vondstmeldingen in de ruimere omgeving.</p>
提供机构:
BAAC
创建时间:
2020-10-15



