Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Wilhelminastraat 2 te Grubbenvorst in de gemeente Horst aan de Maas
收藏DANS Data Station Archaeology2016-06-16 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZEK-24KB
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Econsultancy heeft in opdracht van BRO op 15 en 18 januari 2016 een archeologisch bureauonderzoek en op 20 januari 2016 een inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen verkoop van het plangebied. Het plangebied is gelegen aan de Wilhelminastraat 2 te Grubbenvorst in de gemeente Horst aan de Maas. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Horst aan de Maas ligt het plangebied binnen de bebouwde kom en heeft daarom een onbekende archeologische verwachting. Binnen deze gebieden maakt het bevoegd gezag per geval een afweging of wel of geen archeologisch vooronderzoek verplicht gesteld wordt. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de archeologische verwachtingswaarde is binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (2007), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta (1992), is men verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren (zie bijlage 3). Doel van het bureauonderzoek is een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied op te stellen. Dit wordt uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen. Het veldonderzoek is erop gericht om inzicht te krijgen in de geologische en bodemkundige opbouw binnen het plangebied. Tevens zullen, indien mogelijk, kansrijke en kansarme zones worden geïdentificeerd. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is.</p><p>Uit de landschappelijke ligging op een Maasterras uit het Allerød, in de binnenbocht van een oude Maasgeul, blijkt dat het plangebied vanaf het Mesolithicum gunstig is geweest voor jagersverzamelaars en vanaf het Neolithicum voor landbouwers. Omdat dit Maasterras pas aan het einde van het Paleolithicum is gevormd worden er geen archeologische resten uit deze periode in het plangebied verwacht. Uit de archeologische gegevens die verzameld zijn uit het onderzoeksgebied blijkt dat er in de omgeving van het plangebied voornamelijk sporen van menselijke activiteit zijn waargenomen uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Vanwege de ligging van het plangebied op een oude Maasmeander, is het een van oudsher geschikte locatie geweest voor jagers-verzamelaars. De archeologische verwachting voor resten uit het Mesolithicum is daarom hoog. Het plangebied heeft verder een gunstige ligging voor landbouwers. De relatief hoog gelegen kronkelwaardrug ten oosten van de oude Maasmeander is een gunstig leefgebied voor vroege landbouwers. Uit de archeologische gegevenskaart blijkt dat er ten noordoosten van het plangebied op dezelfde vondsten zijn gedaan van landbouwers uit verschillende perioden. De archeologische verwachting voor de periodes Neolithicum tot en met de Middeleeuwen is daarom hoog.</p><p>Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat onder antropogene ophogingslagen een 20 tot 30 centimeter verstoorde laag ligt, met hieronder natuurlijke rivierafzettingen.</p><p>Op basis van de verstoorde bodemopbouw wordt de archeologische verwachting binnen het plangebied bijgesteld naar laag voor alle perioden.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2016-06-10



