Bureauonderzoek en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied Espoortstraat 257 te Enschede Gemeente Enschede
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-29a-82t2
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Envita Almelo een archeologisch bureauonderzoek en een karterend bodemonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Espoortstraat 257 te Enschede, Gemeente Enschede. Het betreft het voornemen om het gebruik van woonzorgcomplex De Merelhof te wijzigen naar reguliere woningen. Ten behoeve van de ontwikkeling wordt een gebouwde parkeervoorziening gerealiseerd waar (nog te slopen)garageboxen aanwezig zijn. Het plangebied heeft een omvang van circa 1.500 m². De exacte verstoringsdiepte is onbekend, maar zal circa 2 meter minus maaiveld bedragen. De archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart van de gemeente Enschede (2005) geeft voor het plangebied een hoge verwachting en het ligt in onderzoeksgebied B. Hiervoor geldt een vrijstelling voor bodemingrepen tot 500 m². Het door Hamaland Advies uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een inventariserend veldonderzoek middels boringen (karterende fase) om de intactheid van de bodemopbouw te toetsen en de aanwezigheid van vindplaatsen vast te stellen.ConclusieHet bureauonderzoek toont aan dat er zich mogelijk archeologische vindplaatsen vanaf de prehistorie tot en met de Nieuwe Tijd in het plangebied zouden kunnen bevinden. Dit wordt echter niet gestaafd door waarnemingen in de omgeving.De aanleg van de bebouwing en het erf in 1965 heeft waarschijnlijk voor een aanzienlijke bodemverstoring gezorgd. Onbekend is echter tot hoe diep de bodem daadwerkelijk is verstoord. Onderzoeken rondom het plangebied tonen aan dat de bodem in de bebouwde omgeving niet geheel intact is. Door de afdekkende werking van het meer dan 50cm dikke eerddek zijn archeologische vindplaatsen naar verwachting niet bewaard gebleven. Wat betreft landschappelijke ligging en verwacht oorspronkelijk bodemtype (hoge zwarte enkeerdgrond op een grondmorenewal) geeft het booronderzoek een overeenstemmend beeld met dat wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek.De bodemopbouw is vrij uniform en bestaat uit een verharding van betonklinkers op straatzand (ophoogzand). Vanaf een diepte van 40 tot 70 cm-mv wordt de oorspronkelijke bodem aangetroffen. Deze bestaat uit een dunne subrecente bouwvoor. In boring 4 is hierin een scherf industrieel aardewerk aangetroffen uit de periode 1850 tot 1900. Onder deze oorspronkelijke bouwvoor bevindt zich een oorspronkelijke eerdlaag die bij alle boringen een geringe bijmenging bevat aan steenkoolfragmenten en baksteenpuin. Deze eerdlaag gaat op een diepte variërend van 85 cm-mv (boring 3) tot 95 cm-mv (boring 5) over in de top van het onderliggende dekzand. Dit dekzandpakket wordt gekenmerkt door roestvlekken als gevolg van een sterk fluctuerende grondwaterstand. De oorzaak hiervan is de aanwezigheid van ondiepe keileem. De keileemlaag bevindt zich op een diepte van variërend van 165 cm-mv (boring 6) tot 200 cm-mv (boring 2 en 5). Het dekzandpakket is dus niet dikker dan 50 tot 70 cm. Het groengrijze keileempakket is slechts 30 cm dik en gaat dan over in grof grind en grove zandige leem. Dit is kenmerkend voor grondmoreneafzettingen. Bij het uitzeven van de afzonderlijke bodemlagen zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Wel kan op basis van het vondstmateriaal bepaald worden dat de aanwezige eerdlaag in de nieuwe tijd is gevormd. De afdekkende subrecente bouwvoor is in de tweede helft van de 19e eeuw gevormd. Op grond van de resultaten van het karterend booronderzoek kan geconcludeerd worden dat in het plangebied geen aanwijzingen zijn aangetroffen voor een archeologische vindplaats. Onder het gebouw is niet geboord. Verwacht mag worden dat ook dit pand de gebruikelijke regionale funderingsmethode heeft en op het dekzand is gefundeerd. De fundering onder het gebouw is daarbij tot onder de archeologische waardevolle lagen gerealiseerd. Daarmee zijn vindplaatsen verstoord en/of verwijderd. Op basis van de onderzoeksinspanning, waarbij bij 5 van de 6 boringen een grotendeels intact bodemprofiel is geconstateerd, maar geen archeologisch relevante indicatoren zijn aangetroffen, is er geen reden om archeologische waarden aan te kunnen treffen in het plangebied. Vanwege de afwezigheid van archeologische indicatoren of relevante archeologische niveaus adviseert Hamaland Advies om geen vervolgonderzoek in het plangebied te laten uitvoeren en het plangebied vrij te geven voor ontwikkeling. Er zijn voor de archeologie geen gevolgen vanuit de voorgenomen bodemingrepen.VoorbehoudBovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. Met nadruk wijst Hamaland Advies erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat al bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (Gemeente Enschede), die vervolgens een selectiebesluit neemt.SelectiebesluitDe resultaten en aanbevelingen uit dit rapport zijn op 9 augustus 2014 getoetst en onderschreven door het bevoegd gezag, Gemeente Enschede en diens adviseur, de Regionaal Archeoloog van Twente (drs. J.A.M. Oude Rengerink). Op grond van de beoordeling heeft de regioarcheoloog namens gemeente Enschede geadviseerd om geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de Regioarcheoloog van Twente.
Hamaland Advies 受Envita Almelo委托,为恩斯赫德市镇(Gemeente Enschede)Espoortstraat 257号规划区域开展了考古桌面调查(archeologisch bureauonderzoek)与测绘性土壤调查(karterend bodemonderzoek)。本次项目涉及将养老社区De Merelhof的使用功能变更为常规住宅的规划方案。为配合该开发项目,将新建一处露天停车场,区域内现有(待拆除)车库棚屋。规划区域总面积约1500平方米。确切的土壤扰动深度尚未明确,预估约为地面下2米。
恩斯赫德市镇2005年版《考古预期与政策咨询地图》显示,本规划区域考古预期等级为高,且属于B类研究区域。针对该区域,500平方米以内的土壤扰动作业可享受豁免权。
本次Hamaland Advies开展的调查包含符合荷兰皇家考古学会(KNA)标准的桌面调查,并辅以钻孔普查性野外调查(inventariserend veldonderzoek middels boringen (karterende fase)),以验证土层结构完整性并确认考古遗迹分布情况。
一、结论
桌面调查结果显示,规划区域内可能存在从史前到近代的考古遗迹,但该推测未得到周边区域观测数据的佐证。1965年建成的建筑与庭院大概率已对土壤造成显著扰动,但实际扰动深度尚不明确。规划区域周边的调查结果显示,建成区域的土壤并未完全保留原生状态。由于覆盖层厚度超过50厘米的表土层(eerddek)的遮盖作用,考古遗迹大概率已无法留存。
就景观位置与预期原生土壤类型(以高肥力黑泥质壤土覆盖于冰碛物之上)而言,钻孔调查结果与桌面调查的预期相符。土层结构整体较为均一,表层为铺在粗砂(回填砂)上的混凝土砖硬化层。从地面下40至70厘米处开始出现原生土壤,该层包含一层薄的亚近代耕作层(subrecente bouwvoor)。在钻孔4中,该层内发现了1850年至1900年间的工业陶瓷碎片。在该原生耕作层下方,为原生表土层(eerdlaag),所有钻孔均显示该层混杂有少量煤屑与砖渣。该表土层在地面下85厘米(钻孔3)至95厘米(钻孔5)处逐渐过渡到下伏的砂质沉积层(dekzand)。该砂质沉积层以锈斑为特征,这是地下水位剧烈波动导致的,其成因是浅层泥灰岩(keileem)的存在。泥灰岩层的埋藏深度为地面下165厘米(钻孔6)至200厘米(钻孔2与5),因此砂质沉积层厚度不超过50至70厘米。绿灰色的泥灰岩层厚度仅约30厘米,向下逐渐过渡为粗砾与粗砂质泥灰岩,这是冰碛沉积物的典型特征。
对各土层进行筛分后,未发现具有考古价值的遗存。不过根据出土遗物可确认,该区域的表土层形成于近代。覆盖层亚近代耕作层形成于19世纪下半叶。
基于测绘性钻孔调查的结果,可以得出结论:规划区域内未发现任何考古遗迹的线索。由于未对建筑下方区域进行钻孔,推测该建筑采用了该区域通用的地基施工方式,以砂质沉积层作为持力层。建筑地基的施工深度已超过具有考古价值的地层,因此遗迹已被扰动或清除。本次调查共布设6个钻孔,其中5个钻孔获取了基本完整的土壤剖面,但未发现考古相关遗存,因此无证据表明规划区域内存在具有考古价值的遗存。鉴于未发现考古遗存或具有考古价值的地层,Hamaland Advies建议无需在本规划区域开展后续考古调查,可批准该区域进行开发。本次土壤扰动作业不会对考古遗存造成影响。
二、保留条款
本咨询意见属于选择性咨询意见。Hamaland Advies特此强调,本选择性咨询意见并不意味着可立即开展土壤扰动作业或相关筹备工作。本次调查结果需首先由主管当局(恩斯赫德市镇)进行评估,并由其作出选择性审批决定。
三、审批决定
本报告的结果与建议已于2014年8月9日由主管当局恩斯赫德市镇及其顾问——特温特地区考古学家J.A.M. Oude Rengerink先生进行审核并签署认可。基于该评估结果,地区考古学家代表恩斯赫德市镇建议无需开展后续考古调查。
四、法定提醒
在申请环境许可时,需始终履行法定报告义务(依据1988年《古迹法》第53条),以确保对偶然发现的遗存进行记录:“任何人在非考古发掘过程中发现其知晓或理应知晓属于文物(可移动或不可移动文物)的物品,应尽快向主管部长报告”。该申报需向位于阿默斯福特的荷兰文化遗产局(Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)与特温特地区考古学家提交。
创建时间:
2024-01-31



