Een boerenerf uit de bronstijd. Een archeologische opgraving te Tiel-Medel-Lingewei, vindplaats 1, gemeente Tiel (Gld.).
收藏DataCite Commons2025-06-13 更新2025-06-14 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-z9p-jz57
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Door het Industrieschap Medel worden voorbereidingen getroffen voor de realisatie van een bedrijvenpark in de gemeente Tiel. In dit gebied is door Archeologisch Adviesbureau RAAP een aantal archeologische vindplaatsen aangetoond (Heunks 2002). Vindplaats 1, Tiel-Medel-Lingewei, ligt in het noordelijke deel van het gebied. In mei 2001 is door Archaeological Research & Consultancy (ARC bv) een Aanvullend Archeologisch Onderzoek (AAO) uitgevoerd (Hielkema 2002). Dit onderzoek leverde vondsten en grondsporen uit de Bronstijd op, die vermoedelijk bij een nederzetting uit deze periode horen. Omdat het niet mogelijk bleek om het gebied te beschermen, is besloten om een groter deel van het terrein door middel van een definitief archeologisch onderzoek (DO) op te graven. Op het deel van het terrein dat inmiddels is bebouwd met de fabriekshal van Daalderop, werd tijdens tijdens het AAO weinig aangetroffen. Daarom is dit gedeelte door middel van een archeologische begeleiding onderzocht.Het archeologische onderzoek dat op vindplaats Tiel-Medel-Lingewei is uitgevoerd heeft overblijfselen uit verschillende perioden opgeleverd. Op basis van de datering van het aardewerk dat tijdens het onderzoek is aangetroffen, is het gebied vanaf het Laat-Neolithicum tot in de Midden-Bronstijd (tussen 2450 en 1100 v. Chr.) in gebruik geweest.Het onderzoeksgebied is gelegen op crevasse- en oeverafzettingen. In de top van deze afzettingen is een vegetatiehorizont of laklaag gevormd. De bovenzijde van deze laag heeft waarschijnlijk vanaf het Laat-Neolithicum tot in de Midden-Bronstijd als ‘oud oppervlak’ bestaan. Daarna is het gebied overdekt geraakt door latere rivierafzettingen. In de vegetatiehorizont bevindt zich vondstmateriaal uit bovengenoemde perioden. In het noordelijke gebied ligt de vegetatiehorizont dicht onder de bouwvoor. Plaatselijk is de vondstlaag geheel opgenomen in de bouwvoor. Waarschijnlijk is dit gebied door latere rivieractiviteiten ge¨erodeerd. Naar het zuiden toe ligt de vegetatiehorizont lager. In het zuidelijke deel van het onderzochte gebied ligt deze laklaag ongeveer 60 cm onder het maaiveld.De oudste vondsten die tijdens het archeologische onderzoek zijn aangetroffen stammen uit het Laat-Neolithicum B (2450 – 2000 v. Chr.). Het gaat om slechts enkele aardewerkscherven uit deze periode. De aard van de menselijke activiteiten in deze periode is onbekend. Mogelijk is het gebied in deze periode gebruikt om te jagen, of zijn de vondsten ‘ruis’ van een nabijgelegen nederzetting. Ook uit de Vroege Bronstijd (2000 – 1800 v. Chr.) is vondstmateriaal aangetroffen. Zowel in het noordelijke als in het zuidelijke gebied zijn aardewerkfragmenten uit deze periode gevonden. Het bleek niet mogelijk om bepaalde bewoningssporen met zekerheid aan deze periode toe te wijzen. In het zuidelijk gebied concentreert het aardewerk uit de periode Laat Neolithicum-Vroege Bronstijd zich dichtbij de twee spiekers.De belangrijkste bewoningsperiode betreft de Midden-Bronstijd (1800 – 1100 v. Chr.). In het zuidelijke gebied kan een erf uit de Midden-Brontijd gereconstrueerd worden, waar een drieschepig woonstalhuis heeft gestaan met bijbehorende spiekers, kuilen en waterputten. Het erf was waarschijnlijk omgeven door hekwerken. Op deze plaats werd waarschijnlijk een gemengd agrarisch bedrijf gevoerd. Naast runderen werden ook schapen en/of geiten en varkens gehouden. In de laag gelegen komgronden kon het vee grazen. De hoger gelegen gronden waren geschikt voor de verbouw van graan. De bewoners van deze vindplaats waren waarschijnlijk zelfvoorzienend. Het aardewerk kon lokaal geproduceerd worden. Het vuur- en natuursteen is van elders aangevoerd.In het noordelijke gebied zijn door latere rivieractiviteiten plaatselijk de vondstlaag en vermoedelijk ook grondsporen verdwenen. In dit gebied zijn twee lange greppels, enkele kuilen en een spieker aangetroffen. Deze sporen zijn niet nader te dateren dan Vroege- of Midden-Bronstijd.
荷兰梅德尔产业协会(Industrieschap Medel)正为蒂尔(Tiel)市的一座产业园区建设开展筹备工作。在此区域内,RAAP考古咨询事务所(Archeologisch Adviesbureau RAAP)已确认存在多处考古遗迹(Heunks, 2002)。
1号遗迹蒂尔-梅德尔-林格韦(Tiel-Medel-Lingewei)位于该区域北部。2001年5月,考古研究与咨询公司(Archaeological Research & Consultancy,简称ARC bv)开展了补充考古调查(Aanvullend Archeologisch Onderzoek,简称AAO)(Hielkema, 2002)。此次调查发现了青铜时代的遗迹与地下遗存,推测与该时期的一处聚落相关。由于无法对该区域进行原址保护,相关方决定通过正式考古发掘(Definitief Archeologisch Onderzoek,简称DO)对场地的更大范围进行发掘。在现已被达尔德罗普(Daalderop)工厂厂房占用的场地范围内,补充考古调查期间未发现较多遗存。因此,该区域通过考古监护方式完成了调查。
针对蒂尔-梅德尔-林格韦遗迹开展的考古调查,发现了多个时期的遗存。根据调查中出土陶器的断代结果,该区域的使用时间可追溯至新石器时代晚期至青铜时代中期(公元前2450年至公元前1100年)。
调查区域位于决口扇与河漫滩沉积层之上。在这些沉积层的顶部形成了植被层或湖积层。该层的顶面自新石器时代晚期至青铜时代中期,大概率作为“原生地表”存在。此后该区域被后期河流沉积层覆盖。上述时期的出土遗物均赋存于该植被层中。在区域北部,该植被层紧邻耕作层下方。局部区域的遗存层完全被耕作层覆盖。该区域大概率因后期河流活动遭受了侵蚀。往区域南部方向,该植被层的埋藏深度逐渐增加。在调查区域的南部,该湖积层埋藏于地表下约60厘米处。
本次考古调查发现的最古老遗存可追溯至新石器时代晚期B段(公元前2450年至公元前2000年)。该时期仅出土了少量陶片。该时期人类活动的具体形式尚不明确。该区域在这一时期可能被用于狩猎,抑或出土遗物来自附近聚落的人类活动遗留垃圾。同时还发现了青铜时代早期(公元前2000年至公元前1800年)的出土遗物。在区域南北两部分均发现了该时期的陶片。无法确切地将某些居住遗迹归属于该时期。在区域南部,新石器时代晚期-青铜时代早期的陶片集中分布于两处柱洞遗迹附近。
该区域最重要的居住时期为青铜时代中期(公元前1800年至公元前1100年)。在区域南部可复原出一处青铜时代中期的院落遗址,其内曾建有三间式居住生产两用房屋,配套柱洞、坑穴与水井。该院落大概率周围设有围栏。此处大概率开展过混合农业生产。除饲养牛只外,还饲养绵羊/山羊与猪。在低洼的盆地草场上可放牧牲畜。地势较高的地块则适合种植谷物。该遗迹的居民大概率实现了自给自足。陶器可在本地生产制作,而耐火材料与天然石材则需从外地输入。
在区域北部,部分遗存层因后期河流活动遭到破坏,地下遗存大概率也已消失。该区域内发现了两条长沟、若干坑穴与一处柱洞遗迹。上述遗迹的断代范围仅可限定为青铜时代早期至中期,无法进一步精确。
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-11



