five

Bunnik, Odijk, Het Burgje Grafveld Hofstede Odijk, Vinkenburgweg, gemeente Bunnik. Sporen van een langdurig gebruikt grafveld uit de Romeinse tijd en Vroege Middeleeuwen en hofstede Vinkenburg uit de Late Middeleeuwen

收藏
DataCite Commons2024-12-02 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://doi.org/10.17026/dans-z34-sb6p
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
De regio waarin de hofstede Vinkenburg is gelegen, het Kromme Rijn gebied, werd in de 13e eeuw nog geëxploiteerd volgens het hof- of domeinstelsel, dat zijn oorsprong kende in de Vroege Middeleeuwen. Doorgaans bestond het grondbezit uit een mengeling van wereldlijke heren (adel), kapittels, bisschoppen, kloosters en vrije boeren. Odijk, en ook het plangebied, behoorde in die tijd tot het domein van de bij Keulen gelegen abdij van Deutz. In die periode vonden er in West Nederland nog grootschalige ontginningen plaats. Niet alleen de landsheren trokken profijt van deze ontginningen. Ook edelen, de lage adel en de ministerialen (hoge ambtenaren in dienst van een vorst of bisschop) werden op deze wijze grondeigenaar en beschikten snel over voldoende middelen om bijvoorbeeld een kasteel te bouwen. De lage adel en de ministerialen waren minder vermogend en zij bouwden vooral (kleinere) woontorens. De hofstede Vinkenburg kenmerkte zich door een grachtensysteem, waarbinnen vermoedelijk een dergelijke woontoren een centrale rol heeft gespeeld. Dit grachtensysteem werd omstreeks 1275 aangelegd, waarmee feitelijk de eerste bewoning aanving. Niet onbelangrijk om te vermelden is dat dit vrijwel gelijktijdig plaats vond met de ontwikkeling van een naast gelegen eigendom, nu Het Burgje genoemd, dat in 1288 in handen van Willem van Odijk en zijn nazaten kwam. Het lijkt er vooralsnog op dat het hele gebied vrijwel gelijktijdig in gebruik is genomen. Op het zuidelijke erf zijn diverse spiekers aangetroffen die zijn gebruikt voor de opslag van de oogst. Aan het begin van de 14e eeuw verplaatst de spiekerzone zich naar het omgrachte erf ten noorden van de woontoren. Er zijn verschillende aanwijzingen dat het boerenbedrijf in de vroege fase vooral stoelde op zuivelproductie. Vanaf de 15e eeuw wijst het onderzoek echter op een verschuiving naar het verbouwen en verwerken van groenten en dan vooral erwten en peulen. Op basis van de gegevens die uit de bestudering van het vondstmateriaal en de botanische monsters moet geconcludeerd worden dat de vondsten beter passen in een beeld van pachters dan een ministeriaal. Omdat relatief weinig materiaal is aangetroffen en belangrijke gesloten contexten zoals beerputten ontbreken, is het echter goed mogelijk dat niet het gehele vondstenspectrum vertegenwoordigd is. Waar tevens rekening mee moet worden gehouden, is dat de woontoren wellicht slechts een beperkt deel van het jaar bewoond werd. De materiële neerslag wordt hierdoor ook beperkt. Eén van de belangrijke vragen is, of er een (bakstenen) woontoren heeft gestaan op de hofstede Vinkenburg. Van een bakstenen woontoren zelf zijn namelijk geen restanten aangetroffen, uitgezonderd een (klein) aantal bakstenen en dakleien in de woontorengracht. Wel is een verblauwing van de ondergrond waargenomen. Gezien de vlek een vierkanten vorm had, kan worden verondersteld dat dit de dimensies zijn van hetgeen dat de afdekking heeft veroorzaakt. Een (bakstenen) woontoren behoort tot de mogelijkheden. De aanwezigheid van een ruim 7 m brede gracht, waarin een brug met ophaalconstructie heeft gestaan versterkt de gedachte dat er wel een woontoren is geweest. In de loop van de 16e eeuw lijkt er een einde te komen aan zowel het gebruik van de woontoren, die dan wordt afgebroken en het grachtensysteem, dat vrijwel geheel wordt gedempt. Het einde van de woontoren en het grachtensysteem betekende niet het einde van de bewoning op dit eigendom. De volgende fase bestaat voornamelijk uit sporen uit de 17e eeuw, die zich op het noordelijke erf concentreren. Een klein bakstenen gebouw stond in de bocht van de oude gracht en een bakstenen waterput, een goot en diverse fragmenten van straatjes waren op de gedempte gracht gebouwd. Op de opgraving is materiaal aangetroffen dat dateert van na 1650, maar dat is dermate weinig dat de conclusie moet worden getrokken dat bewoning binnen het plangebied in de 17e eeuw lijkt te eindigen. Volgens een tweetal 18e-eeuwse historische kaarten heeft het plangebied binnen de grenzen van een kasteeltuin gelegen.

温肯堡庄园宅邸(hofstede Vinkenburg)所在的克罗姆莱茵(Kromme Rijn)区域,在13世纪仍采用起源于中世纪早期的庄园领地制进行开发运营。彼时的土地所有权通常由世俗领主(贵族)、教会教区、主教、修道院与自由农民共同构成。奥迪克(Odijk)与本次研究的规划勘探区,在当时隶属于位于科隆的迪茨修道院领地。这一时期,荷兰西部仍在开展大规模的土地垦拓活动。不仅领主们从垦拓活动中获利,贵族、低级贵族与宫廷家臣(为君主或主教供职的高阶官员)也借此获得了土地所有权,并迅速积累起足够资源用于建造城堡等设施。低级贵族与宫廷家臣财力相对有限,因此主要建造规模较小的居住塔楼。温肯堡庄园宅邸以一套护城河系统为特色,该区域内大概率曾有一座此类居住塔楼发挥核心作用。这套护城河系统始建于约1275年,标志着该区域正式迎来首批定居者。值得一提的是,这一时间节点几乎与相邻地块的开发同步——该地块如今名为“小堡(Het Burgje)”,于1288年落入奥迪克的威廉及其后裔手中。目前来看,整片区域几乎是同时投入使用的。在南侧地块中,考古人员发现了多座用于储存农作物的谷仓棚屋(spieker)。14世纪初,谷仓棚屋区迁移至居住塔楼北侧的护城河环绕地块内。多项线索表明,该农户农场在早期阶段主要以乳制品生产为核心业务。但15世纪起,考古研究显示其经营方向转向蔬菜种植与加工,尤以豌豆与青豆为主。基于对出土遗物与植物遗存样本的研究分析,可得出结论:此次出土遗存更符合佃农的生活场景,而非宫廷家臣。但由于出土遗物相对稀少,且缺乏水井等重要的封闭埋藏环境,因此很可能本次考古并未覆盖全部的出土遗存类别。此外还需考虑到,该居住塔楼可能仅在一年中的部分时段被使用,因此相关物质遗存的留存也相对有限。本次研究的核心问题之一是:温肯堡庄园宅邸是否曾存在一座(砖砌)居住塔楼。目前除了居住塔楼护城河区域出土的少量砖块与陶瓦残片外,并未发现砖砌居住塔楼的其他遗存。但考古人员观测到了一处地下蓝染痕迹,由于该痕迹呈方形,可推测其尺寸与造成该染色现象的建筑基座一致。砖砌居住塔楼的存在仍是一种合理推测。区域内存在一条宽度超7米的护城河,且其中曾建有带吊桥结构的桥梁,这一发现进一步支持了居住塔楼曾存在的推测。16世纪期间,居住塔楼的使用走向终结——塔楼被拆除,同时整套护城河系统也几乎被完全填埋。居住塔楼与护城河系统的消亡,并不意味着该地块定居活动的终结。下一阶段的遗存主要集中在北侧地块,年代可追溯至17世纪。在旧护城河的弯道处曾建有一座小型砖砌建筑,填埋后的护城河区域还曾修建砖砌水井、排水沟与多条街道的残段。本次考古发掘中虽发现了1650年之后的遗物,但数量极少,因此可推断规划勘探区内的定居活动在17世纪已基本终止。根据两幅18世纪的历史地图显示,本次规划勘探区曾位于一座城堡花园的边界范围内。
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2021-06-28
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务