five

Archeologisch onderzoek Regge Pelmolen, gemeentes RijssenHolten en Wierden, Inventariserend veldonderzoek door middel van boringen

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-01-26 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XT6-ENB7
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van het Waterschap Vechtstromen heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventarisend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd. Het onderzoeksgebied omvat een deel van het beekdal van de Regge ten noordoosten van Rijssen. De noordelijke oeverzone bevindt zich in de gemeente Wierden, de zuidelijke oeverzone in de gemeente Rijssen-Holten. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen herinrichting van het beekdal van de Regge. Het plangebied bevindt zich tussen de provinciale weg N347 en de instroom bij de Maatgraven, een traject van 1,6 km. De herinrichting vindt plaats in samenwerking met Landschap Overijssel, de gemeentes Rijssen -Holten en Wierden, stichting Pelmolen “Ter Horst” en de Stichting Enterse Zomp. Voor de werkzaamheden dient een omgevingsvergunning te worden aangevraagd en tevens een bestemmingsplanwijziging te worden opgesteld. In een eerdere planfase is een archeologische bureaustudie uitgevoerd door Vestigia B.V. Een actualisatie van dit bureauonderzoek voor de huidige plannen heeft plaatsgevonden middels een Quickscan. Voor het beekdal van de Regge is een theoretisch verwachtingsmodel gespecificeerd: 1. Langs het beekdal bevinden zich dekzandkopjes of dekzandruggen. Deze gebieden hebben een hoge archeologische verwachting voor alle periodes. Met uitzondering van een sloot in de het zuidelijke deel van het plangebied vinden er binnen de huidige plannen geen ingrepen plaats in deze zones met een hoge archeologische verwachting. 2. Locaties in het beekdal maar grenzend aan dekzandruggen en koppen, zoals deze zijn gekarteerd op de geomorfologische kaart, hebben een middelhoge tot hoge archeologische verwachting op resten uit het Laat-Paleolithicum – Mesolithicum. Vanaf het Neolithicum werd het beekdal dermate nat, dat permanente bewoning minder aannemelijk is. Met verkennend booronderzoek is de verwachting van deze zones getoetst. Hierbij zijn een aantal boorraaien haaks op het beekdal geplaatst. Dit onderzoek dient een beter inzicht te verkrijgen in de bodemopbouw, de mate van intactheid hiervan, en eventuele begraven flanken van dekzandflanken en ruggen, restgeulen en meanderruggen. Uit het booronderzoek is gebleken dat in het onderzoeksgebied beekeerdgronden met leem en veenlaagjes voorkomen. Er zijn geen aanwijzingen voor restgeulen, afgedekte intacte dekzandkopjes of ruggen waargenomen. Deze lager gelegen beekeerdgronden hebben een lage archeologische verwachting. Het gebied is constant doorsneden door de Regge en daarnaast heeft er ook kanalisering plaatsgevonden. De archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum – Mesolithicum kan worden bijgesteld naar laag. Dit geldt niet voor het dekzandkopje dat in het zuidwesten van het plangebied aanwezig is. Dit dekzandkopje heeft een hoge archeologische verwachting voor alle periodes. In de huidige plannen vinden hier, op de aanleg van een sloot na, geen bodemingrepen plaats. Bij eventuele aanvullend werkzaamheden in dit dekzandkopje dient inventariserende booronderzoek - karterend fase - plaats te vinden, uit te voeren in een grid van 13 x 15 m, volgens methode A3 uit de KNA Leidraad Karterend Booronderzoek (2012), geschikt voor het opsporen van middelgrote nederzettingen met een vondstrooiing van overwegend vuursteen. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek aanbevolen. De voorgenomen bodemingrepen kunnen zonder archeologisch voorbehoud worden uitgevoerd. 6 (19) Archeologische toevalsvondsten zijn echter niet uitgesloten en eventuele resten kunnen bijzondere datasets betreffen. Er dienen daarom voor het plangebied conform de Leidraad Beekdalen in Pleistoceen Nederland afspraken gemaakt te worden tussen de uitvoerder en het bevoegd gezag met betrekking tot de omgang met dergelijke ‘toevalsvondsten’. Deze afspraken dienen schriftelijk te worden vastgelegd. Algemeen Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden toch onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de minister verplicht (vondstmelding via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: Archis-vondstmelding en de bevoegde overheid). Selectieadvies Bevoegd Gezag Dit rapport is voorgelegd aan het bevoegd gezag (regio-archeoloog O. Satijn, Het Oversticht, namens de gemeentes Wierden en Rijssen-Holten, d.d. 14-10-2021). Het bevoegd gezag stemt in het advies van Sweco. Aanscherpingen en opmerkingen zijn in dit rapport verwerkt.</p>
提供机构:
Sweco
创建时间:
2022-01-26
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务