five

Javanen in Diaspora, interview met Sakri Ngadi

收藏
DataCite Commons2025-06-13 更新2025-04-09 收录
下载链接:
https://ssh.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zzj-8pqj
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Naam: Sakri NgadiAchternaam: NgadiGeboorteplaats: district Saramacca (Suriname)Geboortedatum: 24-1-1941Woonplaatsen: Suriname 1941 - 1954; Indonesia 1954 -Ik ben geboren in het district Saramacca in Suriname. Daar heb ik niet lang gewoond. Ik werd door mijn opa, de vader van mijn moeder, naar de Simonspolder in Domburg gebracht.Na de zesde klas vertrok ik met opa en oma naar Indonesië. Mijn ouders gingen niet mee. Zij zouden ons met de tweede boot nareizen. Aan mijn broer, mijn zusje en mij werd gevraagd wie mee wilde. Mijn broer en mijn zusje wilden niet. Ik wel, ik was nieuwsgierig naar Indonesië, want ik had op school al iets over Indonesië geleerd. De eilanden kende ik uit mijn hoofd. Ik vond het leuk op de boot. Ik was een kind en erg 'bandel' (stout, tegendraads). Ik maakte vrienden met de mensen die op de boot werkten. Zij kwamen uit Indonesië. Ze waren aardig: ze gaven me brood, van alles.In Tongar vond ik het leuk. Ik was dertien, dus ik had veel meer oog voor spelen dan voor de 'soesa' om me heen. Ik voetbalde graag. Mijn grootouders huilden, want ze hadden het redelijk goed gehad in Suriname. Velen hadden, net als zij, spijt. Een aantal maakte contact met de familie op Java, vooral degenen die altijd al contact hadden onderhouden met hun familie. Maar er waren er ook, waaronder mijn grootouders, die helemaal geen contact wilden, ik weet niet waarom. Het contact met mijn ouders onderhielden wij uiteraard wel; we schreven elkaar. Wij hebben ze geadviseerd om niet te komen, hier was het ellende.
In Tongar hebben wij van alles aangepakt. Wij maakten tapioca, houtskool en werkten voor de Dinas Pertanian om bos schoon te maken. Wij leerden van elkaar hoe het moest, want wij zagen hoe onze ouders het deden. Pak Sastro was in Suriname landbouwopzichter geweest op Lelydorp, voor die tijd al heel wat. Hij was één van de leiders van Yayasan Tanah Air. Maar hoog of niet, iedereen moest aan landbouw doen, anders had je niets te eten. Men plantte rijst op droge grond, cassave, pinda, maïs. Iedereen deed agrarisch werk.


In Tongar begon ik in de 6e klas, daarna ging ik naar de SMP. Toen ik overging naar de derde klas, brak de PRRI uit. Toen was het afgelopen met school. Wij hadden een studiegroep gevormd, de Persatuan Murid Sekolah (PMS). Hoewel er geen school was, kwamen we toch bij elkaar. Degene die goed was in een bepaald vak, gaf les aan de anderen. Ik gaf algebra en ik kan me herinneren dat Pak Basar meetkunde gaf. We gaven les ook aan de kinderen van de lagere klassen. Dat duurde zeker twee jaar, van 1957 tot en met 1959.
In 1959 drong het leger binnen en bataljon 46 Kodam Diponegoro nam de leiding over. In die periode gingen de meesten van ons weg. In 1960, na de PRRI, ging ik naar Jambi om werk te zoeken, samen met de vader van mijn toekomstige vrouw, Pak Sastro, en met Rosmijan, Karno, en Ribut. In Jambi kwamen wij terecht bij PT Hidup Baru: een groot contractorsbedrijf dat bezig was om vliegvelden en snelwegen aan te leggen. Pak Sastro zat in de directie. De oprichters van PT Hidup Baru waren twee broers afkomstig uit Suriname: Warto en Wakjian Kromoyahyo. Zij waren erin geslaagd een eigen bedrijf op te richten en riepen hun vrienden, waaronder mijn toekomstige schoonvader, op om samen het bedrijf te runnen.Ik kreeg werk bij de reparatieafdeling van het bedrijf en woonde in een soort 'asrama' [soort internaat]. Mijn boeken van de tweede klas SMP had ik meegenomen en na het werk studeerde ik. Ik schreef me in voor het staatsexamen en ik slaagde. Ik had drie jaar geen onderwijs gehad, maar slaagde toch. Iedereen was blij voor mij. Ze zeiden ‘Jij krijgt een beurs van ons en later moet je ons helpen het bedrijf te managen’. Het was dus als kadervorming bedoeld. Mijn leven bestond uit leren, proefwerken en examens. Ik haalde het na drie jaar.


Toen de Indonesische revolutie aan de gang was, heeft Johannes Kariodimedjo, die het zelf heeft kunnen vertellen – hij was in 1948, 1949 parlementslid in Suriname - middelen gezocht om de Indonesische revolutie te steunen. Tweedehands kleding, geld, van alles stuurde hij hier naartoe. Hij was toen in de dertig. De spirit van de onafhankelijkheid van Indonesië was tot in Suriname doorgedrongen en iedereen wilde terug naar Indonesië. De terugkeer naar Indonesië werd een hot issue, iedereen sprak erover. Je kan het vergelijken met verkiezingen. De KTPI was in het zwart: zwart uniform, zwarte ster, zwarte 'pech' (hoed gemaakt van fluweel) en een 'keris' (kris). Zij lieten zich zien: showing off. De KTPI was net als de PDIP hier. Zij waren aanwezig op feesten en wie niet tot de aanhang behoorde, mocht er niet in.In die tijd, tussen 1950 en 1952, was er verdeeldheid, zelfs binnen families. Ik heb dat ook ondervonden. Tegen mij werd gezegd: kijk niet naar hem, hij is de zoon van een KTPI-er. Terwijl wij kinderen er niets mee te maken hadden en geen onderscheid zagen. Er werden ook flauwe grappen over en weer gemaakt. Vrouwen zeiden: ‘Wat is dat, de KTPI? Dat is 'Katepeok' (slappe boel). En de KTPI-ers zeiden van de PBIS: 'mbebeki' (de kluts kwijt zijn en rondlopen als kwekkende eenden). Hoewel er geen fysieke confrontaties plaatsvonden, waren de tegenstellingen wel degelijk voelbaar. Relaties werden verbroken en jonge mensen die een relatie hadden of al verloofd waren werden gedwongen om uit elkaar te gaan.

Het begin van de Paguyuban Suriname was een idee van Johannes Kariodimedjo. Aanleiding was het overlijden van één van ons in Jakarta. Na de begrafenis zei hij: ‘Het zou toch mooi zijn als wij, die hier in Jakarta zijn, contact houden om met elkaar lief en leed te delen’. Zo is de vereniging ontstaan met Kariodimedjo en Rosmidi, Albert en mij als bestuursleden. Dat was in de jaren ’80. Een voorbeeld van onze hulpverlening was Pak Merlekan. Hij was erg rijk toen hij naar Tongar kwam. Hij bleef niet in Tongar, maar ging naar zijn familie in Surabaya. Wij weten niet wat er met zijn rijkdom is gebeurd, maar wij kwamen hem tegen in Jakarta. Hij werkte in een bioscoop in blok A. Hij was helemaal berooid. Wij hebben hem geholpen tot zijn overlijden.
Vroeger werkten wij met bijdragen en als er iemand in nood zat, dan zamelden wij geld van iedereen in en schonken het aan die persoon. Later kwamen er meer mensen bij. Zij die al gepensioneerd waren in Pekanbaru of Padang, kwamen in Jakarta wonen, dus hadden we ook meer mensen om bestuurlijke verantwoordelijkheid te nemen. Kariodimedjo heeft het twee jaar gedaan en na hem Sentot. Hij heeft het meer dan tien jaar gedaan. Later kwam het in handen van vrouwen die er een levendige 'arisan' (spaarclub) aankoppelden. Dat werd later vervangen door twee bijeenkomsten per jaar: een keer in februari om onze aankomst te gedenken en een tweede keer met Nieuwjaar, soms met kerstfeest. Iedereen werd dan gevraagd om iets klaar te maken. Omdat de groep groot was geworden, moesten wij zelfs een zaal huren.De vijftigste herdenking had een officieel tintje met de ambassadeurs die uitgenodigd werden. Wij hebben geprobeerd onze kinderen erbij te betrekken door ze iets voor zichzelf te laten organiseren. Ik vrees dat wanneer wij er niet meer zijn, de vereniging uit elkaar spat. De emotionele band is belangrijk en die hebben zij niet. Zij zijn hier geboren.

姓名:萨克里·恩加迪(Sakri Ngadi) 姓氏:恩加迪(Ngadi) 出生地:苏里南萨拉马卡区(Saramacca District) 出生日期:1941年1月24日 居住地:1941年—1954年 苏里南;1954年起 印度尼西亚 我出生于苏里南的萨拉马卡区,并未在此长久居住。我的外祖父——也就是我母亲的父亲——将我带到了栋堡的西蒙斯泊地(Simonspolder)。 读完六年级后,我跟随外祖父、外祖母前往印度尼西亚,我的父母并未同行,他们计划搭乘第二艘船前来与我们汇合。当时我的哥哥、妹妹和我被问到是否愿意随行,我的哥哥与妹妹都不愿意,但我同意了——我对印度尼西亚充满好奇,因为我曾在学校里学习过相关知识,甚至能仅凭记忆说出群岛的名称。 乘船途中我十分开心。当时我还是个孩子,十分调皮叛逆,还和船上的工作人员交上了朋友。他们来自印度尼西亚,待人十分友善,会给我面包和各种食物。 在通加尔(Tongar)的日子过得很愉快。当时我13岁,比起周遭的琐事,我更热衷于玩乐。我很喜欢踢足球。我的外祖父母当时十分伤感,他们在苏里南的生活曾相当优渥,和他们一样,许多人都对此感到懊悔。部分人与爪哇的家人恢复了联系,尤其是那些始终与家族保持往来的人;但也有一些人——包括我的外祖父母——完全不愿再联系,我至今不知缘由。我们自然始终与父母保持着联系,通过书信往来。我们曾劝他们不要前来,因为这里的生活困苦不堪。 在通加尔,我们什么活都干:制作木薯淀粉、木炭,还为农业部(Dinas Pertanian)工作,负责清理林地。我们互相学习劳作技巧,因为我们曾亲眼见过父母如何操作。萨斯特罗先生(Pak Sastro)曾在苏里南莱利多普(Lelydorp)担任农业督导,在当时已是德高望重之人,他也是祖国基金会(Yayasan Tanah Air)的领导者之一。但无论职位高低,所有人都必须参与农业劳作,否则便无饭可吃。我们在旱地种植水稻、木薯、花生和玉米,人人都投身农业生产。 我在通加尔开始读六年级,之后升入印尼初级中学(SMP)。当我升入初中三年级时,印度尼西亚共和国革命政府(PRRI)叛乱爆发,学业就此中断。我们成立了一个学习小组——学生联合会(Persatuan Murid Sekolah,简称PMS)。尽管学校不复存在,我们仍会聚集在一起:擅长某一学科的成员会为其他人授课。我负责教授代数,还记得巴萨尔先生(Pak Basar)教授几何。我们还会为低年级的孩子授课,这样的学习持续了两年,从1957年到1959年。 1959年,军队进驻,第46军区迪波内戈罗营(Bataljon 46 Kodam Diponegoro)接管了当地。在此期间,我们中的大多数人选择离开。1960年,PRRI叛乱结束后,我与未来妻子的父亲萨斯特罗先生、罗斯米扬(Rosmijan)、卡尔诺(Karno)以及里布特(Ribut)一同前往占碑(Jambi)寻找工作。 我们在新生命有限公司(PT Hidup Baru)落脚——这是一家大型承包企业,当时正负责修建机场与高速公路。萨斯特罗先生在公司董事会任职。新生命有限公司的创始人是来自苏里南的两兄弟瓦托(Warto)与瓦克扬·克罗莫亚霍(Wakjian Kromoyahyo),他们成功创立了自己的企业,并邀请包括我未来岳父在内的友人一同参与运营。 我被分配到公司的维修部门工作,住在一处类似宿舍的居所。我随身带着初中二年级的课本,下班后便自学备考。我报名参加了国家考试并顺利通过。尽管已经三年没有接受系统教育,我还是顺利通过了考试,所有人都为我感到高兴。他们对我说:“我们会为你提供奖学金,日后你要协助我们管理公司”,这本质上是一种人才培养计划。那段时间我的生活全部围绕学习、实操与考试,三年后我顺利毕业。 印度尼西亚独立革命期间,约翰内斯·卡里奥迪梅乔(Johannes Kariodimedjo)——他本人也曾亲口讲述过这段经历——曾在1948年、1949年担任苏里南的议会议员,他四处筹措资源以支援印尼独立革命。他将二手衣物、钱款等各类物资运往印尼。当时他年仅三十岁。印度尼西亚独立的精神已经渗透到苏里南,所有人都渴望回到印尼。返乡印尼成为了热门话题,人人都在谈论此事,其热度堪比选举。 当时的印尼农民委员会(KTPI)身着全黑制服,佩戴黑色星徽,头戴丝绒帽(pech),配挂克力士短剑(keris),并大肆宣扬自身存在。KTPI在当地的地位就像印尼斗争民主党(PDIP),他们会出现在各类庆典上,不属于其阵营的人不得参与。 在1950年至1952年期间,甚至在家族内部都出现了分裂,我也亲身经历过此事。当时有人对我说:“别搭理他,他父亲是KTPI成员”。但我们这些孩子对此毫不在意,也看不出其中的分别。双方还会互相嘲讽:女性会说“KTPI是什么?不过是一群软蛋罢了(Katepeok)”;KTPI成员则将印尼学生协会(PBIS)的成员嘲讽为“一群丢三落四、像发情鸭子一样到处闲逛的蠢货(mbebeki)”。尽管没有发生肢体冲突,但双方的对立情绪显而易见,亲友关系因此破裂,甚至那些正在交往或已订婚的年轻人也被迫分手。 苏里南同乡会(Paguyuban Suriname)的创立源于约翰内斯·卡里奥迪梅乔的想法,契机是一名同乡在雅加达去世。葬礼结束后,他说道:“要是我们这些身在雅加达的同乡能够保持联系,共享喜乐与忧愁,那该多好啊”。同乡会便由此创立,卡里奥迪梅乔、罗斯米迪(Rosmidi)、阿尔伯特(Albert)与我担任创始理事,时间为上世纪80年代。 我们提供援助的一个典型案例是默勒坎先生(Pak Merlekan)。他初到通加尔时十分富有,但并未留在当地,而是前往泗水与家人团聚。我们不知他的财富后来去向何方,直到在雅加达偶遇他——他当时在A区的一家电影院工作,生活穷困潦倒。我们从那时起便一直帮助他,直到他去世。 早年我们依靠会员会费运作,若有同乡陷入困境,我们便会向所有人募集资金赠予对方。后来加入的人越来越多:那些已在北干巴鲁(Pekanbaru)或巴东(Padang)退休的人迁居雅加达,我们也有了更多人手承担行政职责。卡里奥迪梅乔担任了两年理事长,之后是森托特(Sentot),他任职超过十年。后来管理权落到了女性成员手中,她们将同乡会与活跃的互助储蓄会(arisan)结合了起来。 后来这一模式被改为每年两次集会:一次在二月,纪念我们抵达印尼;另一次在新年期间,有时也会举办圣诞派对,届时会请大家准备节目。由于社团规模扩大,我们甚至需要租用场地举办活动。 成立五十周年之际,我们邀请了各国大使出席,活动颇具官方色彩。我们还尝试让子女们参与进来,让他们自行组织活动。我担心当我们这代人离世后,同乡会将会分崩离析——情感纽带至关重要,但他们(指子女一代)并未拥有这份联结,他们出生在印尼。
提供机构:
DANS Data Station Social Sciences and Humanities
创建时间:
2015-06-11
5,000+
优质数据集
54 个
任务类型
进入经典数据集
二维码
社区交流群

面向社区/商业的数据集话题

二维码
科研交流群

面向高校/科研机构的开源数据集话题

数据驱动未来

携手共赢发展

商业合作